Oud-ll. Chokri Ben Chikha’s quarantaine-kunstwerk is er een van E. Schiele. We lezen het in DS van 04/04. Hij wil het graag nog eens zien, maar corona houdt hem tegen. Zou hij met jaargenoten van het Maerlant-ath. de Schiele-tentoonstelling in 1987 in Charleroi hebben bezocht?

De cultuurbijlage in  Standaard heette gisteren HET MUSEUM VAN DE QUARANTAINE: MELANCHOLIE. Dertien kunstenaars geven aan welk aspect van melancholie ze ontdekken in een kunstwerk dat ze graag zouden zien, maar dat nu niet kunnen.

Chokri Ben Chikha, oud-ll. (1989), theatermaker, acteur, docent, onderzoeker, koos Egon Schieles gouache ZITTENDE VROUW MET OPGETROKKEN LINKERBEEN UIT 1917. Het hangt in de Narodi Galerie in Praag. Hij schrijft oa.

Bij Egon Schiele zie ik melancholie in combinatie met provocatie. Dat is interessanter. Op mijn studenten­kamer had ik een reproductie van zijn Zittende vrouw met opgetrokken linkerbeen. Ze is mooi en uitdagend, maar ook zelfbewust en melancholisch. Bovendien leek ze als twee druppels water op mijn eerste grote liefde, Adelheid. Ook zij had die kwaliteiten, en ze slaagde erin om mijn toen erg lage zelfbeeld op te krikken. Toch moest het eindigen, want ik ging in Gent studeren en daar ging een wereld voor mij open. Ik wilde meer en anders, van alles gulzig proeven. Tegelijk voelde ik me schuldig en ondankbaar. Ook dat is melancholie: jezelf dingen kwalijk nemen, vinden dat je iets niet goed hebt aangepakt, en dat vervagende verleden idealiseren.’
‘Schiele incarneert die tegenstelling tussen schoonheid en pijn heel mooi. Hij provoceert, maar niet gratuit.

In 1987, in oktober, gingen 50 leerlingen van het Blankenbergse atheneum naar de Schiele-tentoonstelling in Charleroi (Europalia Österreich 1987). Zou Chokri, die toen leerling was, een van die leerlingen zijn geweest?

Die uitstap was een onderdeel van de uitwisseling met het Athenée Royal van Jumet.

Deze uitwisseling tussen beide scholen was ontstaan na een vakantieseminarie voor Belgische (Waalse en Vlaamse) leraren Duits in het Saarland. Jean-Pierre Van Snick (Jumet) en Jaak Coudeville leerden er elkaar beter kennen en waren enthousiast om een uitwisseling tussen beide scholen tot stand te brengen.  Enkele regionale kranten schreven over de uitwisseling.

In 1989 was er een vervolg en in 1990 trokken leerlingen (en leerrkachten) van beide scholen samen naar Amsterdam.