11 juni ’26: VIERDE examendag 2de/3de gr.. Deel 1: ENGELS + taalfilosofietje over het Duitse schiereiland ANGELN en de INGVEONEN

De Germaanse volksstam ANGELEN schonk zijn naam aan het land waarheen ze vanuit Noord-Europa in de 5de eeuw waren verhuisd. Dit gebeurde samen met de Saksen, die hun naam gaven aan Essex en Sussex, gebieden in Engeland.

Saksen kennen we ook in het oosten van Nederland (Drenthe, Overijssel, Achterhoek). Wie naar de tv-serie WOESTE GROND keek zal vastgesteld hebben dat de oudere boer en boerin dialect spreken, een Saksische streektaal.

Saksen kennen we ook in Duitsland…het Bundesland Saksen (Dresden is de hoofdstad) en het Bundesland Nedersaksen (Hannover is de hoofdstad).

Het Belgische vorstenhuis draagt de naam Saksen, gecombineerd met Coburg, nu een stad in Beieren, en met Gotha, nu een stad in Thüringen.

De Angelen waren Ingveonen. Engelse taalkenmerken in het Nederlands noemen we INGVEONISMEN. Het gebruik van meervoudsvormen op -s (zoals in het Engels) , i.p.v. op -en, zijn ingveoons: zoons – zonen, aardappels – aardappelen

1ste eeuwse Romeinse geschiedschrijver Tacitus noemde de Noordzee-Germaanse kustvolkeren  ‘INGVAEONES’. Hun taal vertoont charmante overeenkomsten.

Die kustvolkeren aan de Engelse, Nederlandse, Vlaamse kust gebruik(t)en

  1. Pit, dinne en rik (Alg.Ned. put, dun, rug)… met een ‘i’ dus, net als in het Engels…pit, thin, ridge
  2. Meer meervoudsvormen die op -s eindigen in bijvoorbeeld het West-Vlaams : trings, keuns, kinders en ook wel kleers

Nog een mooi voorbeeld van een ingveonisme:

Reactie's