
Na WO 2 werd Berlijn in vier sectoren verdeeld: drie westerse (Amerikaanse, Britse, Franse) en een Sovjetsector.
In juni 1948 werd de D-Mark ingevoerd voor de drie westelijke zones.
Er waren toen drie wegen waarlangs men van de drie westelijke zones naar West-Berlijn kon rijden. Na de invoering van de D-Mark blokkeerde de Sovjet-Unie die. West-Berlijn kon niet meer bevoorraad worden. (Berlijnse Blokkade). Tussen juni 1948 en 12 MEI 1949 was er dan de BERLINER LUFTBRÜCKE.




Tussen 24 juni 1948 en 12 mei 1949 voerden Britse en Amerikaanse vliegtuigen ongeveer 277.500 vluchten uit op West-Berlijn, om deze stad van levensmiddelen, grondstoffen en producten te voorzien, zoals melk, steenkool, olie, benzine, enz. In totaal werd er 2,3 miljoen ton aan goederen naar West-Berlijn gevlogen in een periode van nog geen jaar. De West-Berlijners konden overleven. Die vliegtuigen noemde men ROSINENBOMER. De meeste landden op de centraal in Berlijn gelegen luchthaven TEMPELHOF
En nu las ik in De Standaard Weekblad een artikel over het lot van die luchthaven van 300 ha. Het gebouw is er nog en de voor de buurtbewoners aantrekkelijke vrije ruimte eveneens. Het is de sociale long van Berlijn. Hier kan men ademen. Men vindt dat de bevolking betrokken moet blijven bij welke educatieve, maatschappelijke, ecologische en herdenkingsdoelen nagestreefd moeten worden. In 2014 was er een Volksbegheren, een referendum om privatisering tegen te houden. Het volk van Berlijn mag beslissen wat er gebeurt. Deze stemming werd wet!




