
Voor ‘zomer’ bestaat al heel lang die benaming die we in de Germaanse talen terugvinden in allerlei variaties, o.a.
Nederlands: zomer
Engels: summer
Fries: simmer
Duits: Sommer
Zweeds: sommar
Noors : sommer
Deens sommer
In gebieden die tot ’t Romeinse rijk behoord hebben, komen vormen van twee verschillende woorden voor ‘zomer’ voor. Uit het Latijnseaestas ontstonden het Franseété en het Italiaanseestate. Uit veranum ontstond verano in ’t Spaans en verão in ’t Portugees en vară in het Roemeens







