HONDERD JAAR GELEDEN SCHREEF KÄZTHE KOLLWITZ IN HAAR DAGBOEK WOORDEN VAN HANS KOCH: “IK ZOU NIET MEER VRIJWILLIG GAAN”. HAAR ‘TREUREND OUDERPAAR’ IN VLADSLO’S PRAETBOS IS OOK ’S ZOMERS HET BEZOEKEN WAARD…

 

De  begraafplaats is een tuin van de eeuwigheid is, waar 25.644 jongens in graven van twintig zijn begraven, onder wie Peter Kollwitz die in de buurt op 18-jarige leeftijd doodgeschoten werd. Karl Kollwitz, zijn vader, was dokter voor de armen in Berlijn. Zijn moeder Käthe Kollwitz was een grote kunstenares, die eerst niet zo gekant was tegen de vrijwillige indiensttreding van haar zoon, die voor het vaderland wou strijden, maar later hevige tegenstandster van oorlogsgeweld werd en die het indrukwekkende beeldenpaar TREUREND OUDERPAAR maakte, dat achttien jaar na Peters dood tot stand kwam.

In haar dagboek schreef ze 100 jaar geleden op 22 oktober: Vandaag is het 22 oktober. Hans Koch was hier – hij was een intieme vriend van Peter – hij bracht bloemen mee voor Peter. Ik sprak met hem over Dehmels oproep tot de strijd tot het eind en las voor wat ik erover geschreven had. Hans Koch zei me, en dat was zeer belangrijk voor me, dat hij nu NIET meer vrijwillig naar het front zou gaan

Käthe Kollwitz had het volgende geschreven: Er is genoeg gestorven. Niemand mag nog vallen! Ik beroep me  tegen D

ehmel op een grotere (Goethe), die zei: “Zaadgewassen mogen niet vermalen worden”

1918 trat die Künstlerin Richard Dehmels Aufruf zum letzten Kriegsaufgebot öffentlich im “Vorwärts” entgegen: “Es ist genug gestorben! Keiner darf mehr fallen! Ich berufe mich gegen Richard Dehmel auf einen Größeren (Goethe), welcher sagte: ‘Saatfrüchte sollen nicht vermahlen werden’.”