In de tuin bloeien de eerste rozen, rode, roze, gele en ik denk aan ROSA, dat eerste Latijnse woordje, aan de eerste verbuiging, aan Jacques Brel en aan de leerkrachten Latijn, die in het Brugse Atheneum en die in het Maerlant-atheneum.

ROOS, rode roos,  symbool van liefde en romantiek maar ook passie en verlangen; gele roos, symbool van warmte, geluk, energie, vreugde en vriendschap; roze roos, symbool van dankbaarheid en bewondering.

ROOS doet me denken aan dat eerste Latijnse woordje, dat ik in 1955 leerde van Jacques Dewaele,  jonge leraar Latijn in KA Brugge. Tegelijk denk ik aan agricola. Nadien volgden er nog drie leraren Latijn, die dat vak doceerden, dat me emancipeerde, Mortelmans, Michils,Vanhoutryve. Ik denk uiteraard ook aan tal van collega’s Latijn in RNS/KA en Maerlant-atheneum.

foto 2016 met Jacques Dewaele, mijn eerste leraar Latijn

foto met uiterst links Guy Vandamme, leraar Latijn jaren ’80

links oud-directeur P. Van Calenbergh, classicus, rechts Stefan van den Broeck, leraar Latijn jaren ’90

vijfde v.l. Marie-Rose D’haese, lerares Latijn jaren negentig tot

lkrn. Latijn nu Erik Seldeslachts en Greetje Gilté

Mijn gedachten gaan ook naar Jacques Brels chanson ROSA. Hij evoceert zijn jaren in een Brussels college en zijn nicht Rosa. Het refrein luidt: Rosa rosa rosam / Rosæ rosæ rosa / Rosæ rosæ rosas / Rosarum rosis rosis.

En verder: C’est le plus vieux tango du monde / Celui que les têtes blondes / Ânonnent comme une ronde / En apprenant leur latin / […] / C’est le tango du collège / Qui prend les rêves aux pièges / […] / C’est le temps où j’étais dernier / Car ce tango rosa rosæ / J’inclinais à lui préférer / Déjà ma cousine Rosa / […] / Mais c’est le tango que l’on regrette / Une fois que le temps s’achète / Et que l’on s’aperçoit tout bête / Qu’il y a des épines aux Rosa  »

Latijn, je lievelingsvak? Latijn mijn lievelingsvak: Latijn emancipeert (+ een waar gebeurd verhaal)

Begrijpt u dit waar gebeurde verhaal?

Mijn ouders waren arme mensen. Mijn vader was aardewerker-steenbakker en mijn moeder huisvrouw. Ik had een bijna dertien jaar oudere zuster, die in 1953 getrouwd was. Ik had lager onderwijs gevolgd in de Gemeenteschool in Jabbeke, een school voor de minder gegoeden uit het dorp. Er waren twee onderwijzers. De ene gaf les aan de kinderen van het eerste tot en met het vierde leerjaar, de andere aan de vier hoogste jaren. (Tovenaars waren ze!) Na het vijfde leerjaar ging ik als enige Jabbeekse jongen naar het Brugse atheneum, naar de 6de voorbereidende. In december 1954 werd ik tien. Op het einde van het schooljaar was ik 13de op 21 leerlingen. Ik begrijp het zelf niet hoe ik in september 1955 de stap kon en mocht zetten naar de 6de Latijnse maar het geschiedde zo. In de 4des werd ik leerling van de Latijn-Griekse en in 1961 haalde ik het middelbare schooldiploma. Het Latijn (en het Grieks) had, heeft mij geëmancipeerd. En toen werd ik student Germaanse filologie in Gent (nog een wonder: geen enkele andere Jabbeekse jongere studeerde toen aan de RUGent). Ik werd leraar, eerst in KA Maldegem en van 1971 tot 2004 in RNS/Maerlant-atheneum Blankenberge. Nu ben ik er meer dan ooit van overtuigd dat het leren van Latijn mij geëmancipeerd heeft: een beter woord is er niet om het belang van het onderwijs in dit vak te omschrijven.