Hier een fragment uit Vekemans rede :
Pratend over jezelf en je werk, maakte je consequent van de verkleinvorm gebruik. Je deed optredentjes en speelde in een groepje, waarmee je liedjes bracht. En was je daar niet mee bezig, dan wijdde je je aandacht wen aan het schrijven van een columnpje. Je schreef ook boekjes…
Ook gaf je nooit de indruk vals bescheiden te zijn. Je was te lustig en te zuchtig en te gretig en te levenshongerig, te rock&roll, te luid en te eerlijk om vals bescheiden te wezen. Je wist wat je waard was. Natuurlijk wist je dat, dat zoveel liefde je zo massaal wordt toegedragen, nu ronduit alle woorden verkleinwoordjes zijn. Klein en zelfs futiel in vergelijking met het zeer grote verdriet dat wij ermee proberen uit te drukken…