In wat BERLIJN ONS LEREN KAN heeft W. Zinzen het vandaag in DE STANDAARD over het belang van gedenken en herdenken en over het ontbreken van aandacht voor slachtoffers in België«.
Hij ziet in Duitsland en vooral in Berlijn een andere houding. Hij heeft het o.a. over het Gedenkteken voor de in Europa vermoorde Joden en over het openluchtmuseum Topographie des Terrors, waar haarfijn uit de doeken wordt gedaan hoe de nazi’s de macht hebben veroverd. Hij stelt zich de vraag waarom Lippens en De Bruyne, “twee notoire moordenaars in dienst van Leopold II”, geëerd worden met een monument in Blankenberge.
foto’s 2012, 2014, 2016
Wat Berlijn ons leren kan
Gedenken en herdenken is noodzakelijk om te voorkomen dat misdaden uit het verleden opnieuw worden begaan, schrijft Walter Zinzen. In Berlijn weten ze hoe dat moet.
Als er één land is dat voorbeeldig met zijn donker verleden omgaat dan is het Duitsland wel. En als er één stad is die er een hoofdrol in speelt dan is het Berlijn. De twee dictaturen (nazisme en communisme) waarmee de stad in haar recente geschiedenis kreeg af te rekenen, worden niet weggemoffeld, en al helemaal niet verheerlijkt. Waarom gaat al wie zich de afgelopen tijd druk heeft gemaakt over standbeelden van Leopold II en naar Cyriel Verschaeve genoemde straten, dáár niet eens een kijkje nemen?
In een parkje vlakbij de toeristische Nicolai-wijk lachen de heren Karl Marx en Friedrich Engels de voorbijgangers vriendelijk toe. De reusachtige Karl Marxallee is niet van naam veranderd na de val van de DDR.
Struikelen over Gedenkstätten
Op het Socialistenkerkhof (zo heet het werkelijk) is er een ereperk voor Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht (beiden vermoord door keizerlijke troepen in 1919), maar ook voor de pioniers van het ‘Arbeiders- en Boerenparadijs’ Otto Grotewohl en Walter Ulbricht. Naar Rosa Luxemburg is een plein vernoemd en op dat plein een gebouw naar Liebknecht.
Maar een Ulbrichtplein of een Grotewohlstraat bestaan niet. Wel is er een Gedenkstätte voor de Berlijnse muur, waar de misdaden van het DDR-regime uitvoerig en gedocumenteerd beschreven worden.
Ha, de Gedenkstätten, de monumenten die willen waarschuwen en herinneren, je struikelt erover, in Berlijn. Wie op de Wittenbergplatz uit de metro stapt, kan niet naast een grote plaat kijken, waarop de namen van alle concentratiekampen vermeld staan. In de wijk Schöneberg hangen aan de verlichtingspalen de wetsartikelen uit de Nürnberger Gesetze, die de vervolging van de Joden hebben georganiseerd. Stap voor stap kan de wandelaar er lezen hoe de nazi’s het leven voor de Joden dag na dag moeilijker en op den duur onmogelijk maakten. Aan ieder huis in heel Berlijn waar Joden werden ontvoerd, liggen steentjes in het voetpad verwerkt met hun namen en de datum van hun deportatie, de zogenoemde Stolpersteine. (Een poging om ze ook in Antwerpen te introduceren is mislukt.)
En er is natuurlijk het gigantische Holocaustmonument aan de Brandenburgse poort, het Gedenkteken voor de in Europa vermoorde Joden, zoals het officieel heet. Niet zo ver daarvandaan, op de plek waar het hoofdkwartier van de Gestapo stond, is er een openluchtmuseum met een al even toepasselijke naam: Topographie des Terrors. Haarfijn wordt hier uit de doeken gedaan hoe de nazi’s de macht hebben veroverd en hoe meedogenloos ze hun tegenstanders vervolgden.
De Nelson Mandelastraat
Wat een verschil met de manier waarop we hier de minder fraaie bladzijden uit onze geschiedenis weigeren te lezen. We zouden ons minder moeten bezighouden met de vraag of Cyriel Verschaevestraten en standbeelden van Leopold II wel kunnen, dan wel waarom andere figuren niet herdacht worden. Zoals Herman Van Goethem, de rector van de Universiteit Antwerpen, zich al afvroeg in Terzake: waar blijft het gedenkteken voor de in Antwerpen gedeporteerde Joden? Het is goed Leopold II naar musea te verbannen, maar waar blijft – in de open ruimte – het monument voor zijn slachtoffers? Waarom worden luitenant Lippens en sergeant De Bruyne, twee notoire moordenaars in dienst van Leopold II, geëerd met een monument in Blankenberge en talloze lanen en straten, maar heeft nog geen enkele gemeente een Patrice Lumumbastraat? Een tip voor Lanaken, wellicht, in de zoektocht van die gemeente naar een nieuwe naam voor de Cyriel Verschaevestraat?
Vlaanderen heeft altijd veel sympathie gehad voor de Boeren in Zuid-Afrika. Paul Kruger en Christiaan De Wet hebben er veelvuldige straatnamen aan te danken, maar van een Nelson Mandelastraat geen spoor. De ene vrijheidsstrijder is kennelijk de andere niet.
Ach, het lijkt geen halszaak. Maar wat Berlijn ons leert, is dat gedenken en herdenken noodzakelijk is om te voorkomen dat misdaden uit het verleden opnieuw worden begaan. Zodat jonge mensen zich niet meer op televisie kunnen verschuilen achter het argument dat Verschaeve van voor hun tijd was. En dat ze nog nooit van Leopold II hebben gehoord.







