

Mijn eerste bezoek met leerlingen van het KA Blankenberge aan een plek aan de Maas geschiedde in 1988. Toen had de eerste GWP plaats in HASTIERE, aan de Maas. Met een andere groep bezochten we toen FREYR met kasteel aan de Maas. Tussen 1989 en 2009 was ik mee op GWP in Malmedy, stadje aan WARCHE en WARCHENNE. In die periode was Eupen telkens een stad met een GWP-doel. We zagen er de VESDER (Fr. Vesdre, Du. Weser.) De AMBLEVE (Du. Amel) zagen we in Coo en op andere plekken. Enkele keren tijdens een daguitstap was de LESSE het sportieve kajakdoel.
WIM PEUMANS, zoon van voormalig Vlaams-parlementsvoorzitter Jan Peumans (NVA), die in Maastricht werd geboren.
Wat een rijk boek schreef Wim Peumans, vaak in een zeer aantrekkelijk Nederlands, voortdurend met interessante gegevens en conclusies, 300 blz. lang. Ik citeer:
“Geografisch gesproken ligt het stroomgebied van de Maas vandaag de dag in vijf landen. Frankrijk, Nederland, België, Duitsland, Luxemburg”
“MOSA werd meermaals genoemd in De Bello Gallico van Julius Caesar”
“Aanvankelijk is het bovenstroomse gebied van de Moezel een zijrivier van de Maas” (Moezel…Mosella, kleine Maas?)
“De driehoek Aken-Luik-Maastricht, de eerste Nederlandse literatuurprovincie…Hendrik van Veldeke”
“Zo leent de omgeving van Malmedy zich uitstekend voor het proces van leerlooien, met haar vele eikenbossen, twee rivieren – de Warche en de Warchenne – en runderteelt”
“Het renaissancekasteel van Freÿr, waar Fransen en Spanjaarden in 1675 een verdrag tekenden om de Maashandel weer op gang te brengen”

Intermezzo van mij: Op de brug over de Warche in Malmedy staat een heiligenbeeld van Johannes Nepomucenus, biechtvader van de Boheemse koningin Sophia. Hij wou aan haar man het biechtgeheim niet verklappen en werd gefolterd en vanop de Karelsbrug in Praag in de Moldau geworpen. Daar en op andere plekken, zoals in Brugge op een brug over de Reie (Wollestraat-Dijver) staat zijn monument.
“Religie is een essentieel onderdeel bij de bouw van een brug in de middeleeuwen. Op de bruggen over de Maas verschijnen kruisbeelden en kapellen…in Maastricht aan Sint-Servaas”

“Victor Hugo vat de snelle groei van Seraing treffend samen in 1842: Het was alsof er een vijandelijk leger door het land was getrokken, en er twintig dorpen had geplunderd, die u in deze droefgeestige nacht alle facetten van een brand had laten aanschouwen….Dit oorlogstafereel speelt zich in vredestijd af; dit afgrijselijke evenbeeld van een verwoesting wordt door de industrie voortgebracht. U aanschouwt gewoon de hoogovens van de heer Cockerill”.
“Nederlands Limburg blijft nota bene nog tot 1866 lid van de Duitse Bond. Von der Maas bis an die Memel klinkt het dan ook in het Lied der Deutschen, een patriottisch negentiende-eeuws lied, waarvan enkel het derde couplet vandaag de dag deel uitmaakt van het Duitse volkslied” (de Memel heet in het Litouws Nemunas. Tijdens Litouwenprojecten waren Maerlant-lln. er aan de oever)
Een welhaast lyrisch fragment:
“Een brede Maas verschuilt zich achter het eikenbos waarin ik wandel. In de kruidlaag zie ik onder andere de zachtwitte bloemen van de rankende helmbloem, met daarboven hulst en lijsterbes. De schors van sommige bomen is bedekt met een tapijt van gesnaveld klauwtjesmos, dat vroeger gebruikt werd als kussen- en matrasvulling. Tussen de bomen weerkaatst het gezang van vogels. Het is volop lente. Er wordt druk gewedijverd wie het meest zoetgevooisde a-capellalied ten gehore kan brengen. Zo luister ik naar het oorstrelende allegretto van de vink: een aflopend lied met als fine een vinkenslag, een verhoging in tonen. De gekraagde roodstaart heeft vast een dolce partituur voor zich liggen, waaruit hij glissando een gevarieerd nummer brengt. Als ik eenmaal het bos uit ben, veranderen het landfschap en de bijbehorende achtergrondmuziek. De riedel van de fitis is melancolico, een weemoedig eerbetoon aan de omgeving waar ik op uitkijk”
“ De Moasmeermin is mogelijk een Gelderse versie van de Lorelei, een gelijkaardige sirene in het Rijngebied.
Of vertelt de zoon het verhaal van de snoek, de visserslegende die Anton Coolen verwerkte in
Zijn bekende streekroman DORP AAN DE RIVIER uit 1934, die zich afspeelt in Lith?”









