
TUIN betekent oorspronkelijk omheining en omheinde ruimte. In het Middelnederlands TUUN, maar ook THUUN, dus toen ook al met een ‘h’ na de ‘t’. Die is later verdwenen. In het Engels is het TOWN, dat nu ‘stad’ betekent, maar eigenlijk betrekking heeft op de omheinde ruimte. CITY slaat op de inwoners, de burgers en we zien het verband met het Latijnse CIVITAS (verenigde burgers). Overigens TUIN ontdekt me ook in plaatsnamen als laatste deel van een samenstelling met ‘TEN’ en in het Noord-Franse BETHUNE.
In het Duits betekent ZAUN ook omheining en ook haag. Net als TUIN ZAUN TOWN hebben we in de drie talen BRUIN BRAUN BROWN en HUIS HAUS en HOUSE.
In het Duits en Engels gebruiken we GARTEN en GARDEN voor TUIN. In het Nederlands het nu wat verouderde GAARD(e), wat wel nog gewoon is in BOOPMGAARD.
Over MOESTUIN hebben we het misschien ooit een volgende keer en over BLEEK, de graspartij in de tuin waar mijn moeder de was te ‘BLEKEN’ legde om die ‘bleek’, wit te laten worden.
Oh, ja, ik vraag me af waarom men die verkaveling DE LANGE THUIN noemt en niet DE LANGE TUIN.




