

De vrijwilligers van het Stadsarchief De Benne pakken deze keer uit met een tentoonstelling over de (verdwenen) hotels van Blankenberge vanaf de start van de stad als toeristisch centrum. Oud- leerlinge Inga Scharley, is één van de initiatiefnemers en samenstellers van de expo. Aan de hand van foto’s, prentbiefkaarten en hotelporselein en -zilver wordt een nostalgisch beeld geschetst van de hotelsector in vervlogen jaren. Het idee is ontstaan na brainstorming bij de groep vrijwilligers, die zelf instonden voor de uitwerking en de opstelling van de tentoonstelling. De expo kwam tot stand met de medewerking van de stadsdiensten en vooral van talrijke stadsgenoten die heel wat materiaal ter beschikking stelden.

korte passages uit HET HUIS TE BORGEN
Maar nu de Vlaamse kust van den bezetter bevrijd werd, kan ik nog naar believen de vele hotelkamers van ons huis te Borgen – althans die uitzien op de straat -aanschouwen. De grothoekkamer nummer 7 bezit nog haar vier ramen door dewelke wij op Oudejaarsavond schouwden, geduffeld in plaids en shawls, verwarmd met gloeiende punch, want op de markt speelden – naar gelangde politieke conjunctuur – de liberale Neptunus-kinderen of de katholieke Sint-Cecilia een concert dat van serenade tot aubade werd. De toortsvlammen en brasero’s deden de koperen instrumenten fonkelen.
In Brulez’ roman lezen we ook over hotel Doggerbank, dat eigenlijk het Grand Hotel de l’Océan was:
“Het hotel Doggerbank van kozijn Gaston bezat een bijzonder select kliënteel. Geen zomer ging voorbij of er waren bij hem doorluchtige hoogheden te gast zoals de hertog van Vendôme, of de graaf vazn Waldeck-Pyrmont, of de Prinses Clémentine; een jaar zelfs de sjah van Perzië, die met zijn talrijke vrouwen haast het hele hotel in beslag nam…”
En we denken aan het verblijf van aartshertog Franz-Ferdinand van Oostenrijk, die in het Grand Hotel des Bains et des Familles doorbracht (en die in juni 1914 in Sarajevo vermoord werd…). Over hem schrijft Brulez in zijn boek:
s Ochtends vroeg wandelt hij eenzaam naar Wenduine en ’s namiddags zit hij in de kerk te luisteren naar Robaert die hem op het orgel Bach en César Franck voorspeelt. Zo’n voortreffelijk mens (zegt Héloïse) zal een groot keizer worden en lang leven. Ge zult het zien. Dat staat in de sterren geschreven’



