
975 Bladzijden telt deze biografie, geschreven door Mark Schaevers, die eerder in ORGELMAN het leven beschreef van de Duitse, joodse schilder Felix Nussbaum, die in Ausschwitz stierf en die in Dossin/Mechelen gevangene was geweest voor hij naar het concentratiekamp werd gestuurd. (Heel wat Maerlant-leerlingen zagen Mark Schaevers in de bib in Blankenberge
De Nederlandse schrijver/criticus Cyrille Offermans schrijft in De Lage Landen over Schaevers Claus-biografie: “Al met al heeft Mark Schaevers een vlot geschreven biografie afgeleverd die vooral tegemoetkomt aan mensen die meer in de persoon dan in het werk van Claus geïnteresseerd zijn. Tot nieuwe, relevante inzichten komt hij naar mijn gevoel niet, maar dat was, na alles wat er al over hem bekend was, misschien ook niet erg te verwachten.”


In De Levens van Claus lezen we op de pagina’s 74 en 75 over Miriam Soetaert die in de jaren ’80 tot 1992 directiesecretaresse was in RNS en KA Blankenberge. Ze stierf in een brand in haar huis in 2012.

“Aan niemand toonen a.u.b.’ schreef Claus onder de verzen die van hem bekend zijn, want ze waren uitsluitend voor zijn klasgenote Miriam Soetaert bestemd. Zij is op de foto van de vijfde Grieks-Latijnse van het Koninklijk Atheneum Kortrijk een struise verschijning, ze was bovendien de slimste van de klas. Claus daarentegen was naar beneden aan het glijden met een onvoldoende voor wiskunde en natuurkunde.
Hoe knap ze ook was, Miriam Soetaert had niet doordat de jonge dichter haar belazerde. In 2014 bracht Georges Wildemeersch aan het licht dat Claus gespiekt had.: ‘Grauwvuur’ was een vertaling van het gedicht ‘Mutter des B ergmanns’ van de Duitse schrijfster Emundts-Draeger. Claus had het gedicht gevonden in het maartnummer 1942 van De Vlag, het tijdschrift van de Deutsch-Vlämische Arbeitsgemeinschaft…..Het Duits dat hij in Mecklenburg had opgedaan bewees zijn nut, maar zijn vertaling was niet vlekkeloos. Miriam Soetaert was niet de enige die van zijn artistieke experimenteren mocht genieten…
Grauwvuur
Ik heb je uit mijn schoot
Inde grootren schoot gegeven.
Toen was ons leven groot.
Toen stond je, werkman, in de aardeschoot,
Je licht verblindde de donkerten
En kolenaadren zongen onder je kamer
Uit eeuwigheden haalde je
rijkdom
En bracht uit stenen ons brood.
Je beminde ?t leven en verstaat de dood.
Dood is nu je slaap in de groote moederschoot
Claus Hugo
22 zomermaand 1942




foto 2004





Nog een Claugedicht tot slot
