
Net na het middageten waren de leerlingen van het 1ste j. van de 1ste graad op de schaatsbaan, net voor ze pannenkoeken gingen smullen in het schoolrestaurant.
Niet alleen de sportleerkrachten Fien Parmentier en Pieter Legein vergezelden hen, ook Bubbe Marmenout (Nederlands), Johan Rotsaert (techniek), Gunnar Vergauwen (n.c. zedenleer) Amy Darte (Engels) net weer op school na haar bevallingsverlof) en Shanna Lescrauwaet, secretariaatsmedewerkster) waren bij de schaatsbaan.
SCHAATSBAAN is beter Nederlands, dan ‘schaatspiste’, want algemener Nederlands.
Een baan is in de standaardtaal onder meer een plaats die voor bepaalde activiteiten wordtbenut: glijbaan, kegelbaan, renbaan, tennisbaan, wielerbaan, startbaan. In de verkeersterminologie is de rijbaan het gedeelte van de weg, een strook waarop gereden wordt. Baan is ook standaardtaal in het hele taalgebied voor ‘de weg die een voortbewegend lichaam aflegt’. Er is een duidelijk verschil tussen wielerwedstrijd op de BAAN en op de WEG. We spreken dus over de WEG van Blankenberge naar Brugge.














