Toeristisch taalfilosofietje: over GRACHTEN, CANALI, REIEN, KANÄLE/FLIEßE, PUNTEREN

We waren heel onlangs nog eens in GIETHOORN, die plek in Overijssel, waar GRACHTEN het landschap uitzonderlijk maken, waar mensen op persoonlijke eilandjes wonen en er alleen met de boot naartoe kunnen, waar toeristen – zeer veel Aziaten-  in vaartuigen en vaartuigjes van water, groen en bruggetjes genieten. Veen heeft men er vroeger ontgonnen. Velen sturen hun bootjes aan met een stok…ze
 PUNTEREN.

GIETHOORN hoort men wel eens VENETIË VAN HET NOORDEN noemen, net als AMSTERDAM, waar de waterlopen ook GRACHTEN heten, waar geen inwoner noch Nederlandstalige toerist het lied AAN DE AMSTERDAMSE GRACHTEN niet kent.

In Venetië zijn de waterlopen CANALI…CANAL GRANDE en een brug erover is een PONTE. Hierheen komen de meeste toeristen, te veel vinden velen.

Al in de late Middeleeuwen spreekt Venetië in de Lage Landen tot de verbeelding. De oudst bekende vergelijking van Brugge met Venetië is van 1438. De Castiliaanse edelman Pero Tafur noemt Brugge “een grote stad, heel rijk en met meer koopwaar dan waar ook ter wereld…veel groter koophandel dan in Venetië…Daar komen alle naties van de wereld samen. In 1827 komt Brugge ‘Venetië van Nederland’ voor, in 1839 leest men ‘Amsterdam is het Venetië van het Noorden. In 1906 leest men in de Leeuwarder Courant over het Overijsselse Giethoorn “Hollandsch Venetië. In Brugge zijn de kanalen REIEN en misschien heten nergens anders zo.

Mag ik u even meenemen naar het Duitse SPREEWALD, veel groter dan bijvoorbeeld GIETHOORN, waar de mensen ook op eilandjes woonden, die ze alleen met de boot konden (kunnen) bereiken. Honderd kilometer zuidelijker dan Berlijn ligt het. De oorspronkelijke bevolking is er Sorbisch (Slavisch). Het bekendste te telen product is de augurk (Gurke). De waterlopen  (nu ook zeer toeristisch) noemt men KANÄLE of FLIEßE.

Spreewald
Spreewald
Giethoorn
Giethoorn
Brugge
Amsterdam 1990 of 1991