Na de fietstocht (15/06) genoten Maerlant-personeelsleden van de schoonheid van de Noordzee, van architecturale creativiteit van de pier, staan triest te turen naar de monotone gebouwenrij van na WO2. Denken ze aan Luise von Ploennies?

Eind september 1844. Blankenberge is nog echt een idyllisch plaatje wanneer Luise von Ploennies (1803-1872) er gaat pootjebaden en zo lyrisch wordt dat ze begint te rijmelen en te dichten. Het kustdorp is ver te verkiezen boven Oostende, waar volgens haar het massatoerisme al heeft toegeslagen.

Ze schrijft:

“Als badplaats is Blankenberge op veel punten beter dan Oostende. Terwijl  men in Oostende de onmetelijkheid van de zee moet zoeken, moet men in Blankenberge maar dertig treden opstijgen, om van dat allermooiste zicht te genieten. Ik zou daarom iedereen, die voor het eerst de zee wil zien, aanraden naar Blankenberge te gaan, waar de grootsheid van het element overweldigend op de bezoeker moet inwerken …

Ik was in Blankenberge te gelukkig om niet een dankbare lofzang te zingen: urenlang zaten we p het mooie strand terwijl de vloed opkwam en schelpen en zeewier voor onze voeten spoelden. In elke stemming heb ik de zee beluisterd”

Iedereen die voor het eerst de zee wil zien, zou ik aanraden naar Blankenberge te gaan