meer foto’s morgen 29/10

C. Bols schrijft me: “ Didactische uitstap tijdens het vak godsdienst. Grafkunst van de vorige eeuw, de verschillende oud–strijders grafmonumenten en specifieke kindergraven op de stedelijke begraafplaats werden bezocht.
Vroeger schreef ik over een bezoek aan de begraafplaats:
De leerkrachten n.c. zedenleer Patty Puystjens en r.k. godsdienst, Machteld Vanhamme brachten met de lln. van het 2de jaar een bezoek aan de Stedelijke Begraafplaats. Een opdracht bestond erin de soorten graven en urnen te onderscheiden…het indrukwekkende Guillaume Charlier-monument MOEDERSMART met erepark (1922) te ontdekken, de graven van slachtoffers (Britse en andere nationaliteiten) van beide Wereldoorlogen en andere conflicten, laatste rustplaatsen van gestorvenen van verschillende godsdiensten en van vrijzinnigen vinden.
Oud-leraar Jaak Coudeville was er ook eventjes en had het over de woorden kerkhof, begraafplaats, cimetière, cemetery, Friedhof en zei dat hij eigenlijk het woord VREDESTUIN het passendst vond, ook in Blankenberge waar de aspecten TUIN en VREDE kernbegrippen zijn.
Ze weten dat er vier ereperken zijn. Het grootste is dat voor vooral Britse soldaten, gestorven in WO II. Hier liggen ook een Pool, een Noor en een Fransman én een vrouw: velen kwamen om na een bombardement op hun schip. En er is een Cross of Sacrifice. Het derde, het kleinste, is dat voor Britse soldaten, gestorven in WO I (de meesten op 23 april 1918 in Zeebrugge). Het vierde ereperk heet ‘De Plicht’: ze stierven allen bij het uitoefenen van hun taak…als redder, als politieman…