TAALFILOSOFIETJE:  SANDWICH – (twee sneetjes brood met beleg ertussen; zacht puntbroodje). Dient een Nederlander te weten wat een Vlaming met sandwich en beenhouwer bedoelt? 

2015

Le petit Larousse illustré 1995: tranches de pain entre lesquelles on met une tranche de jambon, de fromageetc

MACKENSEN DEUTSCHES WOÖRTERBUCH 1991: (geröstete) undbelegteWeißbrotschnitte

THE NEW WEBSTER ENCYCLOPEDIC DICTIONARY OF THE ENGLISH LANGUAGE 1980: two thin slices of bread with meat, fish or the like, between

VAN DALE GROOT WOORDENBOEK VAN DE NEDERLANDS TAAL 2021: twee dunne sneetjes brood (zonder korst) met vlees of kaas e.d. ertussen

Maar in Vlaanderen is SANDWICH een zacht puntbroodje.

Volgen de Nederlandssprekende Belgen best de Nederlanders en vragen ze de bakker om puntjes of puntbroodjes? We hebben toch ook (min of meer) SLAGER leren zeggen i.p.v. BEENHOUWER, een woord dat een Heerenveense slager niet kende?

En de uitspraak van het woord? Met tʃ achteraan of met ʃ of zoals vele Vlamingen met s? Met ɛ in de eerste lettergreep of met a?

2017
2017
2017
2016