1 Augustus 2022: zovele personeelsleden en leerlingen zijn ergens ter wereld de mooiste plek aan het ontdekken – anno 1844: Duitse schrijfster Luise von Ploennies ontdekt de schoonheid van Blankenberge

De maand juli is voorbij en ongeveer elke dag zagen we er ontzaglijk veel toeristen. Zouden zij om dezelfde reden als Luise von Ploennies van Blankenberge houden?  Zouden ze er op zoek zijn naar schoonheid? In het attractieve karakter van art nouveau en art déco kon de Duitse schrijfster geen schoonheid vinden: die gebouwen waren er niet. Maar de schoonheid van de zee kan nog adembenemend zijn: probeer ’s ochtends vroeg door de Kerkstraat te lopen en dan de trap op te klimmen en ja…als je de zee niet eerder zag (of toch wel) ze kan adembenemend mooi zijn!

Eind september 1844. Blankenberge is nog echt een idyllisch plaatje wanneer Luise von Ploennies (1803-1872) er gaat pootjebaden en zo lyrisch wordt dat ze begint te rijmelen en te dichten. Het kustdorp is ver te verkiezen boven Oostende, waar volgens haar het massatoerisme al heeft toegeslagen.

Ze schrijft in haar boek REISE-ERINNERUNGEN AUS BELGIEN:

“Tot voor enkele jaren trok Blankenberge zelden buitenlanders. Sinds de koning van Pruisen echter voor een dejeuner in Oostende vijfduizend frank betaalde en de afzetterij daar überhaupt toenam, week menige badgast uit naar het stille vissersdorp. Met name de aanwezigheid van de Pruisische gezant Freiherr von Arnim, die sinds drie jaar met zijn gezin de zomer in Blankenberge doorbracht, zorgde voor meer vertier. Zijn voorbeeld werd gevolgd door Lord Seymour, de gezant van Engeland, en verscheidene andere hoge diplomaten…

Als badplaats is Blankenberge op veel punten beter dan Oostende. Terwijl  men in Oostende de onmetelijkheid van de zee moet zoeken, moet men in Blankenberge maar dertig treden opstijgen, om van dat allermooiste zicht te genieten. Ik zou daarom iedereen, die voor het eerst de zee wil zien, aanraden naar Blankenberge te gaan, waar de grootsheid van het element overweldigend op de bezoeker moet inwerken …

Ik was in Blankenberge te gelukkig om niet een dankbare lofzang te zingen: urenlang zaten we p het mooie strand terwijl de vloed opkwam en schelpen en zeewier voor onze voeten spoelden. In elke stemming heb ik de zee beluisterd”

Luise von Ploennies’ vader was natuurwetenschapper in Hanau, haar man arts en vader van haar zeven kinderen. Na zijn dood leefde ze een tijd in België, ze werd lid van de Koninklijke Academie. Ze schreef gedichten en toneelstukken, ze vertaalde o.a. uit het Engels en het Nederlands

2022
2019
2004

Uit INVENTARIS ONROEREND ERFGOED:

In 1840 legt de gemeentelijke overheid van Blankenberge naar Oostends voorbeeld een houten loopplank van 42 meter lang en 1,25 meter breed aan tussen twee van de vijf bestaande houten trappen in de duinen. Drie jaar later wordt de duinenstrook op het toenmalig grondgebied van Blankenberge geëffend en met steen bekleed. Het enige gebouw langs de Blankenbergse kustlijn is in die tijd het Fort Napoleon, in 1811 gebouwd door de Fransen als onderdeel van Napoleons continentale blokkade tegen Engeland, en in 1817 voorzien van een “zeelicht” (functie van vuurtoren). In 1844 wordt het eerste houten drankpaviljoentje gebouwd langs de dijk. Een tweede paviljoen, het “Pavillon De Rycker“, komt er in 1850. Een eerste poging om het toerisme op een commerciële basis uit te baten, komt er in 1859 met de openstelling van het kursaal door de Waalse ingenieur Léon Malécot. Dit gebouw in Moorse stijl, met duidelijk accent op de vermaaksfunctie (feestzalen, restaurant, biljartzaal enzovoort) is gecombineerd met een logeeraccomodatie van 120 kamers. In 1860 wordt de stenen dijk verfraaid met een bevloering in smalle, rood gebakken steen. Vlak daarna worden de eerste hotels gebouwd aan de Zeedijk, onder meer in 1860 het “Hotel Godderis“, gegroeid uit het Pavillon De Rycker, in 1864 het “Hotel des Bains et des Familles“.

https://books.google.be/books/about/Reise_Erinnerungen_aus_Belgien.html?id=xVxCAAAAcAAJ&redir_esc=y

Reactie's