Duitse kunstenares K. Kollwitz in haar dagboek, kerstdagen 1914, twee maanden nadat haar zoon Peter in Esen (Vlaanderen) is gesneuveld. In Vladslo, waar hij is begraven en in Berlijn, waar zij woonde en in het Kollwitzmuseum waren Maerlant-ath.-lln.

De Duitse kunstenares Käthe Kollwitz, in onze contreien bekend door haar beeldhouwwerk TREUREND OUDERPAAR op de Duitse militaire begraafplaats in Vladslo woonde in de kerstdagen 1914  en na WO1 in Berlijn, in de volkswijk Prenzlauer Berg, waar haar man arts was.

In 1914 was hun zoon Peter, soldaat, in Vlaanderen gesneuveld.

Haar zoon, Peter,  sterft in WO 1 in 1914 in Esen. In Vladslo is hij begraven. In 1931 werd het beroemde beeldenpaar TREUREND ECHTPAAR op Het Roggeveld geplaatst. In de jaren vijftig ontdekte en koesterde een oud-leerling uit Koekelare, Raf Seys, de sculpturen, die dan een plaats vonden op de Duitse militaire begraafplaats in Vladslo.

In haar dagboek schrijft ze tijdens de kerstdagen van 1914:

Ik droomde dat we met velen waren in een grote hal. Iemand riep: “Waar is Peter?” Hijzelf riep het, ik zag het donkere profiel van zijn hele gestalte tegenover iets klaars. Ik ging naar hem en greep hem onder de arm, naar hem kijken durfde ik niet, bang dat hij het toch niet was….maar ik wist, als ik zijn gezicht wou zien, zou ik weer zeker weten dat hij dood is….Krems (een vriend van Peter) was hier en hij vertelde uitvoerig over de tijd dat ze vertrokken waren (naar het front) tot Peters dood. Het is alsof hij iets van Peter heeft meegebracht…

En op 1 jan. 1915 schrijft ze: “Met Karl op de Schildhornhöhen (in Berlijn Grunewald) geweest. De plek gezocht, waar het standbeeld moet staan.” (het standbeeld wordt het TREUREND OUDERPAAR in Vladslo)