De KANTL (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren) stelde een vernieuwde literaire canon op: Bredero’s DE SPAANSCHE BRABANDER blijft. Joke van Leeuwen herlas het toneelstuk, waaruit Maerlant-ath-lln. van toen en nu fragmenten l(a)(e)zen.

Joke van Leeuwen is een Nederlandse auteur van kinderboeken en teksten voor volwassenen. Ze woont in Antwerpen.

Ze herlas 17de-eeuwse G.A. Bredero’s toneelstuk DE SPAANSCHE BRABANDER en schrijft erover in DSL van 18 juli.

https://www.standaard.be/cnt/dmf20200717_97734080

Robbeknol, een Amsterdamse volksjongen, gaat in dienst bij Jerolimo Rodrigo, die uit Antwerpen gevlucht is voor zijn schuldeisers. Jerolimo geeft zich in Mokum (Amsterdam) uit voor welgestelde jonker, maar Robbeknol heeft al snel door dat hij in feite ‘niet een scherf (het) om zijn neers mee te klouwen’: hij heeft eigenlijk geen cent. Het belet de oplichter niet een tijdlang op kosten van naïeve lieden grote sier te maken. Wanneer Jerolimo’s Amsterdamse crediteurs hun geld finaal opeisen, verdwijnt Jerolimo met de noorderzon en staat Robbeknol weer op straat.

Het toneelstuk met veel humor speelt zich af in de Gouden Eeuw, toen er in Amsterdam (en andere steden in het Noorden) een heuse braindrain vanuit Vlaanderen en Brabant was geweest. Bredero was hiermee geconfronteerd geweest en het toneelstuk was een humoristisch antwoord. Joke van Leeuwen heeft het ook over Jerolimo’s taal…zo (onveranderd) Antwerps! Ze herkent in het blijspel heel wat meer dat nu niet zo anders is dan toen…