GEERT VAN ISTENDAEL ZAT OP DE PRAATSTOEL IN DE BIB. HEEL WAT OUD-LEERLINGEN WAREN AANWEZIG EN VONDEN HET INTERVIEW MET CARINE SLABBINCH HEEL INTERESSANT

Geert van Istendael  werd ingeleid door Rik Vandenheede (oud-leerling  1974), die een overzicht gaf van zijn carrière als BRT-journalist en schrijver (dichter, columnist, romanschrijver) , winnaar van literaire prijzen, vertaler

Carine Slabbinck, oud-lerares Nederlands sint-Pieterscollege, stelde korte vragen, van Istendael gaf lange, diepgaande, boeiende antwoorden.

Het ging over zijn ouders – zijn moeder katholieke onderwijzeres  en huismoeder, zijn vader, christelijk vakbondsleider – over zijn prille jeugd in Utrecht, over zijn studie – sociologie en filosofie in Leuven – over zijn loopbaan bij de VRT – benoemingen waren er niet politiek, zoals men wel eens beweert, maar puur gericht op de BRT-examenuitslagen, over het maken van gedichten – vaak in opdracht, maar altijd onwaarschijnlijk geïnspireerd, over het moeilijke ambt van het vertalen van literatuur, over zijn kinderen – zijn dochter Judith is een bekende striptekenares en illustratrice, o.a. in samenwerking met haar vader- over Brussel, Molenbeek –  het onderwijs, de woongelegenheid, de werkloosheid – het gaat er vaak veel beter dan men voorstelt, maar optimistisch is hij toch niet.

Geert van Istendael las ook voor, declameerde:

Spreek, stad, spreek!
Strek je talloos veel tongen ten hemel,
lik aan de regen, looi in de zon,
proef, proef het puin, stad, slinger ruïnes
de kloof van je keel in, verslik je in gruis en hoest woede.
Druk met je tongen het glas uit de ramen,
sluip door de kelders, wentel langs trappen,
sluimer in tuinen en zoen, stad, zoen,
de bewoners van stand,
zoen zeer behoedzaam hun exquise krabbenmand.

Zwijg nog, stad, nog geldt het te zwijgen, oefen geduld,
verzonken in schoonheid die niet meer is,
geschonden, getranssubstantieerd,
tot fundering, tot stof, tot snel verdoffend geheugen.
Zwijg, tongen, zwijg, laat de talen
nog niet van je rozige welvingen rollen,
de talloos veel talen van deze taalstad,
spraakstad, braakstad, draak van een stad.
Wacht, maar wacht geen seizoenen,
wacht niet op een aartsengel Michaël,
wacht niet tot het woud van het weten wuivend
in bloei staat.

Spreek, Brussel, spreek,
zodra het klokken van talen
de talloos veel