In de Maerlantkrant begin okt. 2013 schreven we:
Lerares Magali Hawkins organiseerde. Haar Chinese collega van de Luhe School in Peking, Annabelle Vanneuville en Jaak Coudeville begeleidden. De leerlingen bezochten … de Duitse begraafplaats in Vladslo (met K. Kollwitz’ TREURENDE OUDERS), DE DODENGANG in Diksmuide, het museum IN FLANDERS FIELDS in Ieper, TYNE COT CEMETERY in Zonnebeke, LIJSSENTHOEK CEMETERY in Poperinge, waar enkele Chinese arbeiders begraven liggen, die in WO 1 werk achter het front kwamen verrichten (hier gaf sinoloog, directeur van het Confuciusinstituut Brugge, Philip Vanhaelemeersch interessante informatie) , het TALBOT HOUSE in Poperinge
In De Standaard van vandaag 4 jan. 2018 schrijft Peter Vantyghem over de rol en het lot van de Chinese gastarbeiders. Er staat een gedicht in van Sun Gan, een Chinese leraar, die de westerse cultuur wilde leren kennen, maar ontgoocheld werd…

Hij laat een vriend het subtiele verschil proeven tussen kwaad en misnoegd zijn/
Eerste couplet: kwaadheid
We werken ons in het zweet
voor de westerlingen,
het is niet makkelijk zo onze centen
te moeten verdienen,
de regels zijn anders, de gebruiken
zijn anders,
van de taal verstaan we geen woord,
we vragen onze tolk wat er moet gebeuren,
voor het minste komen we voor het gerecht,
maar niemand die luistert als we iets
terugzeggen,
ze doen ons buigen voor hun straffen –
waar is dan nog de rechtsorde?
Tweede couplet: misnoegdheid
Wrok niet!
Zo hoort het, want:
we hebben ons laten aanwerven om
zware arbeid te doen.
Langs rivieren en over zeeën zijn wij
naar den vreemde getrokken,
onze familie heeft haar deel van ons loon,
rijst en deegwaren krijgen wij te eten,
geen afval,
medicijnen voor niets, en kleren,
de vergoeding is niet min,
de familie vaart er wel bij,
waarom ben je anders uit vrije wil
naar hier gekomen?




