PARIJS-ROBEKE, PARIJS-ROBAAIS…De Nederlanden in Frankrijk (Jozef Van Overstraeten…Het Rijke Vlaamse Wielerleven (Karel Van Wijnendaele)…Lotte Kopecky, Mathieu van der Poel

Het gaat over de wielerklassieker PARIJS-ROUBAIX, die er al is van 1896.

Probleemloos (en juist) gebruiken we PARIJS en niet PARIS (zoals we dit doen voor Berlijn en niet Berlin, Londen en niet London). Maar we moeten ROUBAIX zeggen en schrijven, hoewel ROBEKE, de originele naam is van die stad in de ‘Nederlanden in Frankrijk’ (Zo heet de encyclopedie van Jozef Van Overstraeten). ‘Ro’ komt van rausa = riet en ‘beke’ is beek.

Karel Van Wijnendaele (1882-1961), stichter van de sportjournalistiek in Vlaanderen en nauw betrokken bij de organisatie van de Ronde van Vlaanderen. Hij schreef o.a. het boek HET RIJKE VLAAMSCHE WIELERLEVEN. Hieruit een fragment over PARIJS-ROBAAIS, want zo noemde hij die fameuze wielerwedstrijd:

Ik herinner me nog zoo goed die aankomst van Parijs-Robaais in 1908, en die reis van Torhout naar Robaais, tot in de minste bijzonderheden. Ieder mensch heeft dat: van die dingen die men nooit vergeet….

‘s Avonds te voren werd mijne fiets gereed gezet, want ‘k zou heel vroeg vertrekken. Moeder had er, toen ik al naar bed was, nog een pakske aan gehangen.

– Wat eten voor onder wege, jongen, want ‘t is ver!…

Met den middag landde ik te Robaais. En ‘k moest niet eens den weg vragen: ik had me maar te laten mee gaan op den ‘stroom van ‘t volk’. Want tegen één uur liep de velodrom bomvol. Eerst wat koersen allerhande, om wachtende menschen te verstrooien. Maar ‘t was algelijk voor Parijs-Robaais, dat ze gekomen waren…

Dat ze in aantocht waren: Faber op kop, met Van Hauwaert in tweede positie!

En nooit, ik kan gerust honderd jaar oud worden, vergeet ik dat oogenblik, toen het lijk een donder over de piste rolde: ‘ze zijn daarl ze zijn daar!’

Een paar minuten later, een schallend klaroen. Dat wilde zeggen: nog 1 Klm. En wij, die ‘t ons angstig afvroegen: of Van Hauwaert nog zijn achterstel zou ingeloopen hebben?…

Opeens: beweging aan den ingang. Daar kwam de eerste renner de piste opgereden. Maar hij zwijmelde, en viel. Stond weer op, en viel nog eens. Was dat Faber? Zooveel sekonden later kregen we ‘t antwoord: want nu kwam Cyriel Van Hauwaert met volle geweld de piste opgestormd. Faber voorbij! Die intusschen nog eens gevallen was. Wij hebben nooit heel juist geweten hoe het kwam, dat Faber zoo dikwijls viel. Bedronken?… Vermoeid?… Voor ons is ‘t een mysterie gebleven. Maar wat we nog weten is, dat Van Hauwaert met een tempo van wel 45 per uur, de meet overbolde, en zijne eerste Parijs-Robaais won!

En dan?… Dan zie ik nog altijd die duizendkoppige massa van Vlamingen, de omheining overklauteren, de orde- en politiedienst omver loopende, om Cyriel Van Hauwaert in triomf rond de piste te dragen. Terwijl een begeesterde en begeesterende ‘Vlaamsche Leeuw’ door de lucht dreunde!

Ik zat dat alles te bekijken, met ingehouden adem en stomme verbazing. Ik zou niet mee zingen, niet mee huilen, niet rond springen, bleef op mijne plaats gezeten, want ik moest alles zien en hooren. Genieten van ‘t spektakel en van die overheerlijke overwinning!

Ik keek naar het sportnieuws in het Journaal van 19u. gisteravond en hoorde de journalist praten over de kasseistrook in  Mons-en-Pévèle. En ik dacht of de luisteraars wel wisten dat dit de Pevelenberg is en ik zag het tafereel van de SLAG BIJ PEVELENBERG op het Breydel-De Coninck-monument op de Brugse Markt voor mijn ogen

De Slag bij Pevelenberg (1304) is een voor het graafschap Vlaanderen slecht afgelopen veldslag tegen Frankrijk, waardoor dat graafschap tot lang nadien compensatie aan Frankrijk moest betalen.