Nord Stream 2 landt in Greifswald in Voor-Pommeren – dit is Baltisch Zeeland – , waar romantische C.D. Friedrich werd geboren, die Rügens krijtrotsen vereeuwigde en Eldena’s abdij. Maerlant-leerlingen zagen het kunstwerk in Berlijn

Pommeren/Pommern. De naam klinkt zo Duits, maar is eigenlijk Slavisch, Pools en betekent ‘langs de zee’. MORZE is ‘zee’ in het Pools en het land dat in Noord-Duitsland en Polen grenst aan de Baltsche Zee heeft die naam…Niet Zeeland aan de Noordzee, maar Pommern aan de Oostzee.

In het Russisch is ‘zee’ MOPE (more)…Het lijkt zo verwant met ‘mare’, la ‘mer’, het ‘meer’

In het Frans heet de streek Pomeranie, in het Engels Pomerania, in het Spaans Pomerania.

Ik vermoed dat de naam Pommeren (vooral Voor-Pommeren) nog nooit zoveel in de krant heeft gestaan als in de huidige tijd, die nl. van de kwestie Oekraïne. Economie en politiek zijn zo vaak zo met elkaar vervlochten! De gaspijplijn van Rusland naar Duitsland, naar de Voor-Pommerse stad Greifswald –  onder de Oostzee – , NORD STREAM 2, waarbij de vroegere sociaal-democratische bondskanselier en dus ook de huidige Duitse regering zo betrokken is, speelt mee in het conflict.

GREIFSWALD  is een stad in de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern. De romantische schilder Caspar David Friedrich (1774-1840) werd er geboren. De ruïnes van de nabijgelegen abdij Eldena inspireerden hem, net als het eiland Rügen, ten noorden van zijn geboortestad, en de krijtrotsen, de Königsstuhl op het eiland. Toen de DDR had opgehouden te bestaan, trok ik erheen.

In de Alte Nationalgalerie in Berlijn zagen Maerlant-leerlingen van C.D. Friedrich een kloosterruïne.

En net nu las ik in Helga Schuberts ALTIJD WEER OPSTAAN. EEN DUITSE GESCHIEDENIS

Over haar leven in de DDR:

‘aan de Oostzee:

De veerboten aan de horizon als we op het strand stonden en naar de Oostzee keken, waren in de DDR-tij altijd het bewijs dat de wereld er nog was, de normale geciviliseerde wereld van de twintigste eeuw.

Deze veerboten naar Denemarken, naar Zwede of misschien wel naar Finland waren een belofte, een hoop, een onderpand dat we alolemaal in de hand hadden en konden inlossen als alles voorbij was.

Over veertig jaar dacht ik in augustus 1961 toen ’s nachts in Berlijn de Muur was gebouwd (we sliepen op vakantie in Karlshagen aan de Oostzee), als ik met pensioen ben, mag ik misschien toch een keer op zo’n veerbooit. Veertig werden achtentwintig jaar, drie maanden min vier dagen.

Zo snel kan het gaan.

Nu mag ik, gewikkeld in een wollen deken, ’s avonds aan de Oostzeekust in een strandstoel zitten, mag ongestoord en ongevraagd door grensbewakers in een klein bootje in de haven van het eiland Poel of van het eiland Hiddensee of voor Vitt bij Kap Arkona op Rügen schommelen, nadat de voormalige grensofficieren me in kleine accuautobussen van de verplichte parkeerplaats naar de haven hebben gebracht.

Dat ik dat al dertig jaar mag, zal nooit vanzelfsprekend voor me worden.

Ik zie de grens op de landkaarten van het verelden, de vertekende uit het Oosten met de witte vlekken buiten de grens, daar had je geen Lübeck. De landkaarten-DDR stopte bij de Dassower-zee. En velen die de grens bewaakten en ook bereid waren op vluchtelingen te schieten, wonen daar nu nog steeds, nu in de heel normale Bondsrepubliek Duitsland, in de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern, verhuren vakantiehuisjes en verkopen in hun cafetaria’s bockworsten uit Anklam…