Taalfilosofietje. Van sommige ‘beroepen’ is het niet mogelijk de vrouwelijke vorm te creëren. WIELRENSTER is goed Nederlands. Flandrien Roger Decock hielp in 1951 Wim Van Est redden, maar is Antwerpse (Brabantse) Lotte Kopecky een FLANDRIENNE?

????????????????????????????????????

In de Dikke Van Dale staat dat een FLANDRIEN  een (Vlaamse) wielrenner is die behalve door een grote fysieke kracht, gekenmerkt wordt door het vermogen om in ongunstige (weers)omstandigheden zijn strijdlust te behouden en daardoor uitermate geschikt is voor het rijden van de Vlaamse voorjaarsklassiekers.

Ikzelf zal het woord alleen gebruiken als het over een wielrenner uit Oost- of West-Vlaanderen gaat.

Niet voor Merckx dus, wel voor Johan Museeuw.

In het Nederlands lukt het bijna altijd om een vrouwelijke vorm te creëren van een eerder bestaand mannelijk beroep.

Voor CHEF en KANSELIER lukt dit niet. In het Duits wel: Chefin en Kanzlerin.

Een vrouwelijke wielrenner noem ik schroomloos WIELRENSTER, maar aan FLANDRIENNE (= vrouwelijke flandrien) moet ik nog wennen.

En dit is niet alleen doordat wielrensters zo weinig plaats krijgen in de pers (waarover Europees parlementslid Assita Kenko  zich in De Morgen van 08/4/’21/ beklaagt).

Overigens zou ik de Antwerpse (Brabantse) Lotte Kopecky, de Belgische kampioenE 2020 geen Flandrienne noemen.

Roger Decock wel. In Izegem is hij in 1923 geboren, in Aarsele is hij in 2020 gestorven.

De Nederlandse VOLKSKRANT prees hem toen hij stierf: Hij reed achter Wim van Est, toen deze in de Tour de France van 1951 in de gele trui tijdens de afdaling van de Col d’Aubisque een bocht miste en in een ravijn verdween. De Belg, zelf toen vijfde in het klassement, stopte en alarmeerde de volgwagens. Omstanders trokken een huilende Van Est omhoog met aan elkaar geknoopte tubes…. Decock verloor 25 minuten door het oponthoud. In Parijs eindigde hij als 17de

????????????????????????????????????

Reactie's