
Dit stond toen in de Maerlantkrant: PURCHOC – dit zijn de meisjes en jongens van 4 Handel-Talen -verkocht andermaal chocoladekoffiekoeken op de speelplaats van de Maerl.-ms en het Maerl.-ath.

Taalfilosofietje: In het AN (of beter in de standaardtaal in Nederland) is BOTERKOEK een heus plat gebak met veel boter gebakken (zie foto). KOFFIEKOEK voor het zoete broodje met of zonder rozijnen, met of zonder chocolade is te verkiezen omdat men dan ongeveer hetzelfde bedoelt in België als in Nederland.

In Franstalig België noemt men zoiets ‘couque au beurre’. In de Petit Larousse voegt men er Belgique en Nord aan toe, Het woord is niet algemeen Frans dus.
Maar wat is een ‘SUISSE’? Men heeft een ‘lange’ en een ‘ronde’ suisse. Een ‘suisse’ is een Zwitser, maar of dat zoete lange of ronde broodje/gebakje echt afkomstig is uit Zwitserland, vind ik niet. Ik vind verwijzingen zowel naar Denemarken als naar Frankrijk, naar de stad Valence, waar een ‘suisse’ een zandgebak is in de vorm van een soldaat (een Zwitser?).
Overigens ‘SUISSE’ is/was ook een ordebewaarder in katholieke kerken. Was het ooit een Zwitserse soldaat?

