




Desiderius Erasmus, Thomas More, Juan Luis Vivas, drie geleerden, drie humanisten uit de 15de/vooral 16de eeuw ontmoetten elkaar in Brugge, een keertje in 1521 toen keizer Karel V met zijn hofhouding in Brugge was. Luther was het continuë onderwerp van de gesprekken.
Men noemt Vives wel eens een onderwjzer, omdat hij over opvoeding schreef, huisleraar en hoogleraar was.
In DE INSTITUTIONE FEMINAE CHRISTIANAE HEEFT HIJ HET OVER VERSTANDELIJKE EN MORELE VORMING VAN DE VROUW…Hij vond dat meisjes dezelfde opvoeding, hetzelfde onderwijs als jongens moesten krijgen: “Een vrouw heeft dezelfde hersenen als een man: dus kan zij ook studeren”
Vives was een marrano, een afstammeling van een tot het christendom bekeerde joodse, Spaanse familie. Familieleden van hem die in Valencia bleven – en niet uitweken naar bijvoorbeeld Turkije – waren slachtoffer van de inquisitie.





De Lisseweegse schrijver (ook jeugdschrijver) Johan Ballegeer schreef in 1977 de roman IMMORTELLEN VOOR BLANQUINA over het leven van J.L. Vives. Blanquina is zijn moeder. Immortellen zijn bloemen die bij het drogen niet veranderen.


De Veurnse/Brugse humanist/priester Jan Fevijn zegende in Brugge het huwelijk in van J.L. Vives met Margaretha Valldaura, een bekeerde Joodse, die ook in Brugge woonde.