
Monique Devisscher , licentiaat geschiedenis, volgde in het Maerlant-atheneum Noël Diricks op als leerkracht geschiedenis. Haar opvolger was Jürgen Balbaert, nu directeur van de school. Nadat ze lerares was geweest, werd ze in de locatie De Haan coördinator, waarna ze tot haar pensionering directrice was van K.A. Brugge

Monique Devisscher speelde een belangrijke rol als voorzitster van de Bond Onze Scholen, als voorvechtster voor de schoolvijver als educatief reservaat en bij het organiseren van GWP’s.


Haar dochter Anouk is oud-lle 1995, haar zoon Johan is oud-ll. 1998.


Zij schrijft:
Kolonialisme en onderwijs 1980-1998
Jaak Coudeville vroeg hoe ik kolonialisme behandelde in de geschiedenislessen in de periode waarin ik dit vak gaf in het Maerlant-atheneum, dus tussen 1980 en 1998.
In de eerste plaats moet ik er op wijzen dat het vak vaak wisselde van naam en van inhoud, afhankelijk van de minister en van de maatschappelijke noden van het moment: het vak heette achtereenvolgens geschiedenis, geschiedenis en maatschappij, maatschappelijke vorming, maatschappijleer… met steeds andere programma’s. Het is dus moeilijk om een algemeen beeld te schetsen.
Ook bezit ik de leerplannen niet meer en eindtermen waren er nog niet. Ik maakte de cursussen zelf en gebruikte slechts handboeken als naslagwerk samen met andere bronnen.
Op de Universiteit Gent (toen RUG) waren er geen algemene cursussen over kolonisatie en dekolonisatie, we leerden vooral hoe je zelfstandig met een kritische blik bronnen en boeken kunt lezen. Alle geschiedenissen van alle landen bestuderen is onmogelijk en ook niet wenselijk. De wereld verandert immers voortdurend. Er werd van je verwacht dat je, als je afgestudeerd was, zelfstandig aan de slag kon en op een wetenschappelijke manier het verleden kon bestuderen.
In alle jaren ASO (2u/week) en TSO(1u/week) kwam de 16e eeuw aan bod in het 4de jaar. Daar werd ook aandacht besteed aan de gewelddadige wijze waarop werd gekoloniseerd, vooral in Latijns-Amerika, gestaafd door enkele bronnen.
De algemene geschiedenis van de 19e en 20ste eeuw werd in de 5des besproken, vooral Europees gericht, maar ook met aandacht voor de geschiedenis van de VS.
In ASO en TSO in de 6des werd de geschiedenis van België en de Europese Unie besproken. Ook de geschiedenis van Congo kwam ter sprake, maar beperkt wegens tijdsgebrek, de toen geringe maatschappelijke belangstelling en de afwezigheid van toegankelijke bronnen (Congo was immers nog maar een 20-tal jaar onafhankelijk). De staatshervormingen van België liepen in dat leerjaar met veel aandacht en tijd weg.
Dit veranderde toen in 1985 “Rood rubber: Leopold II en zijn Congo” van Daniël Vangroenwegheverscheen met alle wandaden van Leopold II en de Belgische kolonialen, en nog meer nadat in 1986 de instructieve omroep van de BRT een videoreeks met boek uitgaf “Als een wereld zo groot waar uw vlag staat geplant. Kongo 1885-1960”. Ik gebruikte deze reeks om de kolonisatie en dekolonisatie van Congo te bespreken. Het was een echte eyeopener. Maar veel tijd was er niet.


Daarbovenop hadden de afdelingen moderne talen en menswetenschappen 2 extra uur geschiedenis. Daar was tijd om enkele landen grondig te behandelen. Zo besteedden we enkele maanden aan de geschiedenis van Zuid- Afrika waarin veel aandacht was voor de apartheid en de strijd van het ANC voor meer gelijkheid. De apartheidswetten werden grondig bestudeerd.
In 4 MW was er ook 1 uur geschiedenis extra: hierin kwamen vooral de prekoloniale rijken aan bod. zoals Benin, Inca’s en Azteken, alsook de oud-Chinese beschaving en de Islam in de vroege Middeleeuwen. Hierbij probeerden we een beeld te geven van het hoge niveau van die beschavingen.
Elke generatie interpreteert de geschiedenis afhankelijk van de actualiteit en de heersende mentaliteit. Ik denk dat de geschiedenisleraren ook zonder specifieke verplichtingen via eindtermen nu meer aandacht zullen besteden aan ons koloniaal verleden. Wat de leerlingen ervan op termijn zullen opsteken is een zaak van didactiek.