Een corona-taalfilosofietje. Een coronawoordenboek, uit het Nederlands in het Engels vertaalde coronawoorden voor Amerikanen, een cohort corona-Engels

  1. Harald Prins is een in Nederland in 1951  geboren antropoloog, hoogleraar aan Kansas State University. Hij vertaalde ‘mooie’coronawoorden uit het Nederlands in het Engels!

‘huidhonger’: SKIN HUNGER

‘hoestschaamte’ : COUGH-SHAME

‘coronahufter’: CORONAJERK

‘anderhalvemetereconomie’: SIX-FEET-ECONOMY

En nog veel meer…zie o.a. https://www.insidehook.com/daily_brief/news-opinion/dutch-coronavirus-vocabulary

  • Ton Den Boon, neerlandicus en lexicograaf, is hoofdredacteur van VAN DALE. Hij houdt een coronawoordenboek bij. In ONZE TAAL 5/2020 schrijft hij een artikel over de explosie van nieuwe coronawoordenschat.

Ik citeer vijf woorden die hij opmerkelijk noemt: COVIDIOOT (overtreder van de regels ter bestrijding van corona), KUCHSCHERM, ZORGHELD, RAAMVISITE, ANDERHALVEMETERPOLITIE

  • In De Standaard van gisteren schrijftAstrid Houthuys in MOET ONS NEDERLANDS EEN MONDMASKER AAN? over een eventuele epidemie van Engelse coronawoorden.. preteaching, videocalls, contact tracer…

Het loopt niet zo’n vaart, er is geen gevaar. Johan de Caluwe, prof UGent : “Liever een Engels word dat international circuleert dan een krakkemikkig Nederlands equivalent.”

Nicoline Van der Sijs: “Engelse woorden in onze taal zijn erg vluchtig, want ze hangen vaak samen ùet nieuwigheden. Na dertig jaar is een derde weer verdwenen.”

4 Ann De Craemer, germaniste en columniste, vandaag in DE MORGEN met het artikel PRETWINKELEN…met mooie Nederlandse woorden, oa. voor mensen in een zorgcentrum: plezierwinkelen en sprintwinkelen