
Vincenzo De Meulenaere behaalde in 2006 zijn atheneumdiploma in het Maerlant en werd master in de geschiedenis, is VUB-onderwijsassistent en social affairs-attaché aan de Britse ambassade.
In 2025 verscheen zijn eerste boek. COUDENBERG.
Eerder dit jaar woonden we al de voorstelling bij van KAREL V, toen in VLC Noorderlicht.
Dit boek verwierf naam en faam en de auteur ging spreken o.a. in Mechelen, Zottegem, Poperinge, Gent, Keerbergen, Wezembeek-Oppem.
En gisteren was er de voordracht in de Stadsbibliotheek…levendig, vol anekdotes die het publiek aanspreken en met veel historische interessante, verruimende gegevens.
Gino Witgeers schrijft:
Vincenzo De Meulenaere stelde ons op uitvoerige wijze zijn nieuwste boek ‘Karel V’ voor in de aula van de Bibliotheek Blankenberge. Hij vertelde ons het relaas van zijn geboorte in het Prinsenhof in Gent tot zijn pijnlijke dood op 58-jarige leeftijd ten gevolge van malaria in het Spaanse klooster Yuste waar hij teruggetrokken leefde na zijn troonsafstand. Iedereen kent Keizer Karel met zijn geprononceerde kin en het opleggen van de onderdanigheid aan de Gentse stroppendragers… maar Vincenzo geeft in zijn biografie tot in de kleinste details weer wat voor een man Karel van Gent wel was, karakterieel getekend door vele fysieke mankementen… Een man die gevreesd was maar die toch ook beklagenswaardig was…
Voorzitter Cultuursmakers Irene Scherpereel leidde de lezing in en voorzitter Davidsfonds Johan Blomme nam het dankwoord voor zijn rekening… en ik zorgde voor de entree en de financiën…




Jan Baptist David werd op 25 januari 1801 geboren te Lier. Jan Frans Willems in 1793 in Boechout.
In 1836 richtten beiden samen de “Maatschappij ter bevordering der Nederduytsche Tael- en Letterkunde.
David werd in 1823 priester. Hij is leraar geweest in het Koninklijk Atheneum Antwerpen en in het Klein Seminarie in Mechelen.
Hij bekleedde daarna de leerstoel ‘Vaderlandsche Geschiedenis K.U.Leuven en zetten zich in voor de Nederlandse literatuur
Rond die tijd moet, de op 11 maart 1793 in Boechout geboren Jan Frans Willems, in Lier een opleiding hebben gekregen. Hij zal Jan Baptist David toen wel niet ontmoet hebben, maar dat is in ieder geval nadien in Antwerpen gebeurd.
J. F. Willems trok in 1809 naar Antwerpen om daar te werken als notarisklerk. In 1815 werd hij adjunct-stadsarchivaris en eind 1821 werd hij ontvanger van de registratie. Het was in die periode dat J. B. David als apothekersgast in Antwerpen werkte. De omgang met de “orangist,” J. F. Willems, lag ten grondslag aan zijn Vlaamse bewustwording en de liefde voor zijn moedertaal.
Op zijn negentiende trok J. B. David naar het seminarie van Mechelen. In 1823 werd hij tot priester gewijd in Lier. Hij werd leraar aan het Koninklijk Atheneum van Antwerpen en nadien aan het Klein Seminarie in Mechelen. Vanaf 1834 bekleedde hij de leerstoel Vaderlandsche geschiedenis aan de K. U. Leuven. Daar zette hij zich in om de Vlaamse letterkunde te bevorderen.
Jan Frans Willems overleed in 1846. Het Willemsfonds werd in 1851 gesticht.
In 1853 verscheen zijn “Nederduitsche Spraekkunst”, o.a. door Hugo Verriest, de latere leraar van Albrecht Rodenbach, werd gebruikt.
Kanunnik David was een poos lid van het Willemsfonds, maar hij zegde zijn lidmaatschap op omdat het Willemsfonds was uitgegroeid tot een anti-klerikale Vlaamsgezinde organisatie.
David werkte mee aan het Groot Woordenboek der Nederlandsche Taal met de Vries en te Winkel. Hij stierf in 1866.
In 1875 werd het naar hem genoemde Davidsfonds opgericht.
In 1851 werd het Willemsfonds opgericht, naar J.F. Willems genoemd.
Willems noemt men de vader van de Vlaamse Beweging. David werd zeker door hem beïnvloed.