
Cees (‘sees’) Nooteboom schreef romans o.a. RITUELEN, gedichten, literair getinte reisboeken o.a. DE OMWEG NAAR SANTIAGO en BERLIJN 1989-2009. Hij woonde er, was er ooggetuige van historische gebeurtenissen (de val van de Muur).
PRIJZEN:
Constantijn Huygens-prijs — oeuvreprijs voor zijn gehele werk
Goethe-Prijs
P.C. Hooft-prijs — een van de belangrijkste literaire prijzen in Nederland
Prijs der Nederlandse Letteren — de hoogste literaire onderscheiding voor Nederlandstalige auteurs
Eredoctoraten van Cees Nooteboom
Universiteit van Brussel (Katholieke Universiteit Brussel) – Eredoctoraat
Radboud Universiteit Nijmegen – Eredoctoraat (2006)
Freie Universität Berlin (Berlijn) – Eredoctoraat (2008)
University College London (UCL), Londen – Eredoctoraat (toegekend in 2019)
Cees Nooteboom prees het Latijn in vergelijking met nieuwere talen: “Nooit zal er meer een taal komen als het Latijn, nooit meer zullen precisie en schoonheid en uitdrukking zo’n eenheid vormen”
Over het Nederlands schreef hij in 2016: “Als ik in een buitenlandse taal schrijf speel ik misschien gitaar, maar in mijn eigen taal kan ik, als het goed is, op een orgel spelen met oneindig veel registers en nuances. …En in de herfst van dat leven – herfst komt van harvest – komt de oogst die bestaat uit brieven van lezers, herdrukken, vertalingen, en prijzen…”





Tot slot een gedicht van C. Nooteboom
Petrus Christus, Portret van een jonge vrouw
Van alle geschilderde vrouwen het geheimzinnigst, het melaatse vernis ziek over je huid zonder rimpels, ongelijke schelpen je ogen, wenkbrauwen: geen, wimpers: geen, mond wantrouwen, oogopslag argwaan, de fluwelen band om je hals het innigste wurgkoord, de ijle ketting daaronder de volmaakte plaats voor de bijl. Heks of koningin, wat zou je zeggen als je ooit zou spreken? En ik, als het mocht? Voor jou bijt ik mijzelf door de tijd, rat, wezel, vos, door de darmen van oorlog en vredes, het afval van concilies, kadasters, ik verbrand me in het asvuur van eeuwen om voor je te staan, tovenaar, ketter uit een later millennium, maar jij, voor het einde van telkens een andere wereld, geeft geen enkel kwartier, mijn onzichtbaarheid staat in de kou van je ogen, in mijn afwezige toekomst besmet en achter de tijdmuur gevangen bedel ik aan het raam om jouw licht.
