
Jonge mensen willen het woord NAAMVAL niet zo graag horen. Het lijkt te behoren tot een verouderd taalgebruik. Het is wellicht niet door de genitief dat men het woord allerheiligenvakantie nu minder gebruikt dan herfstvakantie.
Christian Bols, leraar r.k. godsdienst schrijft me:
In de katholieke godsdienstles spreken we nog steeds over de allerheiligen- allerzielenvakantie en brengen we traditioneel een bezoek aan de mooie monumentale begraafplaats van Blankenberge. In de Belle Epoque periode van de stad werden de graven even groots en frivool ontworpen. Via een nieuw initiatief kan je het peterschap verwerven over zo’n monument, restaureren en zelf te ruste worden gelegd. Een prettig vooruitzicht.
Britt Potiers overgrootvader Noë Potier (1883-1960) kwam uit Sprimont, het hart van de Waalse steengroeven en was meestergast bij de bouw van de Sint-Petrus-en Pauluskerk in Oostende. Hij vestigde zich in Blankenberge. Het beroep van steenhouwer gaf hij door aan zijn zoon Raymond, de grootvader van Britt Potier, lle van 6TSP. (foto hierboven 2de v.r.)
Leerkrachten godsdienst en n.c. zedenleer brachten de voorbije jaren een bezoek aan de Stedelijke Begraafplaats, waar ze ook het indrukwekkende Guillaume Charlier-monument MOEDERSMART met erepark (1922)ontdekten. Charlier (1854-1925) was een Brusselse beeldhouwer, die van Blankenberge hield, die ook het monument van Lippens en Debruyne op de Zeedijk beeldhouwde en naar wie de Charlierhelling is genoemd. Hij maakte ook het beeld van Sterke Dries (kopie op de Zeedijk bij de haven).


