
Juf Eva De Wijngaert, juf 6de lj. deelt me mee:
Vandaag was de prijsuitreiking van de Junior Journalist- wedstrijd van het DAVIDSFONDS! De klaswinnaars van het 5e en 6e leerjaar waren samen met hun familie uitgenodigd om deze speciale dag te vieren
. Erynnn uit 5c, klas juf Ellen Tanghe & Tymen, klaswinnaars, mochten zelfs een stukje uit hun eigen geschreven verhaal voorlezen. En het werd nog spannender: Tymen uit 6B, klas juf Lynn Dusoir, won van alle klaswinnaars! Wie weet stroomt hij door naar de volgende ronde… We zijn super trots op onze klaswinnaars! Proficiat Iva (5B), Erynn (5C), Alisa (5D), Febe (6A), Tymen (6B) en Nore (6C)










Jan Baptist David werd op 25 januari 1801 geboren te Lier. Jan Frans Willems in 1793 in Boechout.
In 1836 richtten beiden samen de “Maatschappij ter bevordering der Nederduytsche Tael- en Letterkunde.
David werd in 1823 priester. Hij is leraar geweest in het Koninklijk Atheneum Antwerpen en in het Klein Seminarie in Mechelen.
Hij bekleedde daarna de leerstoel ‘Vaderlandsche Geschiedenis K.U.Leuven en zetten zich in voor de Nederlandse literatuur
Rond die tijd moet, de op 11 maart 1793 in Boechout geboren Jan Frans Willems, in Lier een opleiding hebben gekregen. Hij zal Jan Baptist David toen wel niet ontmoet hebben, maar dat is in ieder geval nadien in Antwerpen gebeurd.

J. F. Willems trok in 1809 naar Antwerpen om daar te werken als notarisklerk. In 1815 werd hij adjunct-stadsarchivaris en eind 1821 werd hij ontvanger van de registratie. Het was in die periode dat J. B. David als apothekersgast in Antwerpen werkte. De omgang met de “orangist,” J. F. Willems, lag ten grondslag aan zijn Vlaamse bewustwording en de liefde voor zijn moedertaal.
Op zijn negentiende trok J. B. David naar het seminarie van Mechelen. In 1823 werd hij tot priester gewijd in Lier. Hij werd leraar aan het Koninklijk Atheneum van Antwerpen en nadien aan het Klein Seminarie in Mechelen. Vanaf 1834 bekleedde hij de leerstoel Vaderlandsche geschiedenis aan de K. U. Leuven. Daar zette hij zich in om de Vlaamse letterkunde te bevorderen.
Jan Frans Willems overleed in 1846. Het Willemsfonds werd in 1851 gesticht.
In 1853 verscheen zijn “Nederduitsche Spraekkunst”, o.a. door Hugo Verriest, de latere leraar van Albrecht Rodenbach, werd gebruikt.
Kanunnik David was een poos lid van het Willemsfonds, maar hij zegde zijn lidmaatschap op omdat het Willemsfonds was uitgegroeid tot een anti-klerikale Vlaamsgezinde organisatie.
David werkte mee aan het Groot Woordenboek der Nederlandsche Taal met de Vries en te Winkel. Hij stierf in 1866.
In 1875 werd het naar hem genoemde Davidsfonds opgericht.
In 1851 werd het Willemsfonds opgericht, naar J.F. Willems genoemd.
Willems noemt men de vader van de Vlaamse Beweging. David werd zeker door hem beïnvloed.