
Guillaume Apollinaire (1880-9 nov. 1918), dichter. “Zijn poëzie draagt de sporen van de symbolisten, maar zijn aandacht en ontvankelijkheid voor de moderne wereld verlenen zijn gedichten een oorspronkelijk, ontroerend en vernieuwend karakter.”
Hij is de schrijver van het lied LE PONT MIRABEAU, dat in 1953 Léo Ferré inspireerde voor zijn chanson:
Dag na dag week na week verdwijnen
Nooit zal de tijd
Van liefde weer verschijnen
Onder de Mirabeaubrug stroomt de Seine
Al komt de nacht en slaan de uren
De dagen blijven gaan en ik blijf duren
Sous le pont Mirabeau coule la Seine Et nos amours Faut-il qu’il m’en souvienne La joie venait toujours après la peine Vienne la nuit sonne l’heure Les jours s’en vont je demeure
In 1919 bracht Apollinaire zijn vakantie door in het Amblèvestadje Stavelot, waar nu een Apollinaire-museum is, dat Maerlant-atheneumleerlingen op gwp zowel in Stavelot als Malmedy bezochten (foto’s uit 2009)
Generaal was hij, o.a. in WO 2, politicus én Frans president (tussen 1959 en 1969): CHARLES DE GAULLE, gestorven op 9 nov. 1970
Acteur was hij en zanger YVES Â MONTAND. Hij vertolkte o.a. een tekst van Jacques Prévert: LES FEUILLES MORTES, een onsterfelijk chanson
Les feuilles mortes se ramassent à la pelle.
Tu vois, je n’ai pas oublié…
Les feuilles mortes se ramassent à la pelle,
Les souvenirs et les regrets aussi
Et le vent du nord les emporte
Dans la nuit froide de l’oubli.
Tu vois, je n’ai pas oublié
La chanson que tu me chantais.
Gevallen bladeren bijeen gebracht met een schep,
zie je, ik ben ze niet vergeten.
Gevallen bladeren bijeen gebracht met een schep,
de herinneringen en ook spijt
en de noordenwind voert ze mee
in de koude nacht van het vergeten.
Zie je, ik ben het niet vergeten
dat liedje dat je voor mij zong…





