De voordracht over toponiemen van prof. Magda Devos bijwonen en nu beseffen dat ASSE in Assebroek ‘paard’ betekent. Paard, ros, maar, equus, hippos vaak min of meer verscholen in onze woordenschat.

sportdag begin jaren tachtig – leraar Philippe Beuckels

Van prof. Magda Devos leerde ik dat ASSE in Assebroek ‘paard’ betekent en van het Germaanse ‘hrussa’ komt, ‘horse’ in het Engels, ‘hors’ bij G. Gezelle, ‘ors’ in het Middelnederlands en ‘ros’ ook nog in het huidige Nederlands. De metathesis van de ‘r’ komt in het West-Vlaams vaker voor, het wegvallen ook. Dat de ‘h’ in dit dialect niet wordt uitgesproken weten we wel. Dat de ‘o’ in onze streek wel eens ‘a’ wordt, zoals in ‘arlozje’ (horloge) realiseren we ons vaak niet. Maar zo ging het ook in ‘Assebroek’ = moerasland (broek) voor paarden.

Overigens in ORSMAAL herkennen we ook dat paard! En in OOSTKAMP, waar ‘oost’ niet ‘in het oosten’ betekent, maar ‘paard’…’kamp voor paarden’ dus.

Een toemaatje: MAAR in maarschalk betekent ook PAARD en is ook Germaans. En SCHALK is DIENAAR. Later werd de maarschalk een hoge militair.

Later deed het Griekse woord HIPPOS (=paard) zijn intrede in samenstellingen zoals ‘hippodroom’ = paardenrenbaan en ‘hippotherapie’ = middel om te doen genezen met behulp van paarden.

Een ‘nijlpaard’ heet in het Frans ‘hippopotame’, in het Engels ‘hippopotamus’, in het Spaans hipopótamo en in het Duits ‘Nilpferd’

oud-lle Britt Konings
Fien Coudeville, lle 4TSP
leerlinge toen Nancy Germonprez op sportdag eind jaren tachtig
sportdag 1984
sportdag 1986