
Op dinsdag 26 sept. waren al die leerlingen enkele uren in Maerlant-stad Damme.
Ze kregen er op de Markt uitleg bij het standbeeld ( an 1860) van 13de eeuwse Jacob Van Maerlant, over de feestelijkheden toen, over het 15de-eeuwse gotische stadhuis en de figuren in nissen op de gevel. Ze zagen het gotische huis waar Bourgondische hertog Karel de Stoute in 1468 huwde met Margaretha van York. Ze bezichtigden de gotische kerk en ontdekten in de ruïne de plek met grafsteen van Maerlant en vernamen dat hij de ‘vader der dietschen dichters’ is. Ook over Tijl Uilenspiegel, de schurk in het volksboek van de Duitse Hermann Bote (1510) en over de Uilenspiegel van 19de-eeuwse Franstalige Belg Charles Decoster, die Uilenspiegel in Damme geboren laat worden en die hij als vrijheidsstrijder voorstelt in de tijd van Spaanse Filips II, zijde kiezend voor Willem van Oranje. Twee Uilenspiegelmonumentjes zagen ze. Ze hoorden ook over Napoleon, die Spaanse gevangenen het Napoleonkanaal liet graven, dat in Breskens had moeten eindigen, maar dat maar tot in Sluis loopt.
In de raadzaal van het Damse stadhuis werden de leerlingen en docenten begroet door de schepen (wethouder) van jeugd. Oud-leraar Jaak Coudeville, die op tal van Damse plekkenb gids was, gaf een lesje over Maerlant in Brugs Ambacht, Voorne (Brielle) en Damme. Een overzicht gaf hij van zijn werken, die in Voorne ontstonden, ridderromans, ridderromans, klassieke, Keltische, die vooral bestemd waren als leidervoorbeeld voor de jonge, toekomstige graaf van Holland Floris V, en van werken in Damme ontstaan met wetenschappelijk, historische, religieuze betekenis. Samen lazen ze drie strofen uit WAPENE MARTIJN. Ze wijzen op Maerlants sociaal engagement. Jaak Coudeville besloot met: “Maar hij was tegen de joden en tegen de moslims”

























