
TAALFILOSOFIETJE:
Vorst: vriesweer. De oorsprong van ‘vorst’ ligt in VRIEZEN. Een beetje vreemd dat de R van plaats is versprongen. Dit hebben we vaker in het Nederlands (Christus – kerst), drie – derde) (bron-bron). In het Engels en het Duits is dit met FREEZE en FROST, FRIEREN en FROST niet geschied. In sommige dialecten is de ‘r’ in de uitspraak verdwenen, net als in KERST(-boom, -stal; – dag)
Vorst: monarch, heerser, de eerste, de voorste, ‘the first’. Zeer verwant met het Latijn ‘princeps = de eerste). Leopold I was de eerste vorst der Belgen.
Vorst: nok. Een samenvoeging van ‘voor’ en staan’= vooraanstaan, uitsteken…zoals de nok, de vorst (in sommige dialecten ‘veu(r)st’
Vorst: woud. In ouder Nederlands werd ‘vorst’ nog gebruikt voor woud (zoals in het Frans en het Engels: forêt, forest)








