
Het is de WEEK VAN HET NEDERLANDS, dat men spreekt van de Vlaamse klei tot de kusten van Indonesië, van de Hollandse polders tot de levendige straten van Paramaribo., 24 miljoen moedertaalsprekers. In die week verkent men het verleden en de toekomst van het Nederlands, zowel taalkundig als literair.

In 6TSP van het Maerlant luisterden de leerlingen aandachtig en ook schoonheid verkennend naar
Moederken (Guido Gezelle 1830-1899)
Een Lied der Blijdschap (Bert Decorte 1915-2009)
Onze dochters, onze zonen (Stijn De Paepe 1975-2022)
Dien Avond en die Roze (G. Gezelle)
Goede Morgen (Hans Vlek 1947-2016)
Ode aan de taal (Lisette Ma Neeza 1998)
De eerste vijf gedichten las oud-leraar Jaak Coudeville voor, die op 6 oktober 1966 zijn eerste les gaf…in KA Maldegem (op 1 sept. 1971 startte zijn carrière in KA/RNS Blankenberge). Op het grote scherm keken en luisterden ze naar Lisette Man Neza’s Ode aan de Taal.





De leerlingen kregen één opdracht: het gedicht aanwijzen dat ze het mooiste vonden:
Een Lied der Blijdschap :10 – Onze dochters, onze zonen: 8 – Moederken: 7 – Dien Avond en die Roze :4
EEN LIED DER BLIJDSCHAP (Bert Decorte)
Maar ik kan blij zijn als de kip die ’t ei
Heeft uitgekipt en kakelt om het wonder,
Maar ik kan blij zijn als een bloem in mei,
Als bloed van bloemen, als een vroege donder,
Blij, zomaar blij zijn, uitbundig blij zijn, zonder
Zoeken waarom, alsof ik niets ontwaarde
Dan zonnen buitelend door lentegaarden,
En alles lijkt mij lach en kinderspel,
want ik kan blij zijn als ’t gelaat der aarde
en rijk zijn met mijn kaalkop en mijn vel
Blijheid, verrukkelijk als regenbuien
In lauwe maart, plots krullende zefier,
Briesje dat aanzet zoetjes uit het zuien,
Zalige zalf van vlier en violier…
Hoe alles waaie en draaie en drommel’ hier,
Welk stelsel zal mij van mijn stekken stoten,
Daar ik van uw geluk word overgoten,
Uw redeloos geluk, zo schalk en fel,
Dat ik kan dansen met of zonder poten
En rijk zijn met mijn kaalkop en mijn vel
Vrolijk leeuwerik, die vrij van zorgen
Opklimt en klinkt hoog in de vroege morgen,
Fris als een koorknaap met zijn rinkelbel,
Laat mij steeds vrij van zorgen zijn voor morgen
En rijk zijn met mijn kaalkop en mijn vel
Onze dochters,
Onze zonen
Heb je feilloos
Kunnen tonen
Dat een school
Iets ven huis heeft
Waar ze overdag
In wonen





