1 MEI…Dag Van De Arbeid- feest van Jozef, voedstervader, arbeider- geboortedag in 1830 van Guido Gezelle, 195 j. geleden. Priester-geniaal dichter, vaak conservatief denkend, maar in o.a. DE MANDELBEKE zeer milieubewust.

foto 2006

In zijn lijvige GEZELLE-biografie schrijft Michel van der Plas over Gezelles geboorte(dag):      

Tegen twaalven was het kind van de hovenier Pier-Jan Gezelle en zijn huisvrouw Monica Devriese, te Brugge ter wereld gekomen, in hun woning aan de Rolleweg, Wijk A/10, nummer 85, een stille buurt onder de stadswal. De vader was 38, de moeder 26…

Opvallend was het grote hoofd van het kind en de eigenaardige vorm ervan, die wel driehoekig leek…

Dat de dokter onmiddellijk onder het ouderlijk dak de nooddoop verrichtte…In de middag reed de deftige koets  voor om de vader met zijn zoontje naar de St.Annakerk te vervoeren voor de eigenlijke doop…

Dat die koets er was dankte de vader aan het feit dat hij zich als peter een aanzienlijke Brugse medeburger had uitgezocht, een edelman, in de persoon van Guido Joseph Maria Van Zuylen van Nijevelt, een familielid van vader Gezelles werkgever, baron Van de Walle-Van Zuylen van Nijevelt…

foto 2009
foto 2005
foto 2008
foto 2010
foto 2007

Geert Buelens schreef  in DS

Maar wat de West-Vlaamse humaniora-leerling Gezelle in het revolutiejaar 1848 in ‘De Mandelbeke’ neerpende, is ook vandaag nog altijd opzienbarend.

De “zuivere” en “overschone” beek in de tekst “werd de slave van den Handel” en ze werd daarbij verkracht “in heure maagdenschoot”, waarna ze alleen maar “woedend” kon vaststellen dat de vogels door de vervuilde lucht werden afgeschrikt en vissen zich dood spartelden.

Een kleine halve eeuw na ‘De Mandelbeke’ nam de dichter het in ‘Niemandsvriend’ op voor planten die tot op de dag van vandaag worden bestreden als onkruid. Weegbree, hondsdraf, distels – de moderne mens veracht ze, maar Gezelle roept op tot “Bermhertigheid voor ’t schamel wied” dat wanhopig probeert de “vuile brokken” van het geïndustrialiseerde bestaan onder “zedig groen” te bedekken. .. Zo bekeken was Gezelle geen reactionair, maar een ziener!

In 1848 schreef Guido Gezelle het lange gedicht DE MANDELBEKE, waarin hij de schoonheid ervan bezingt, de vervuiling ervan betreurt met als gevolg o.a.  een droeve, dorre wilg.

Gezelles leerling Hugo Verriest, priester-dichter, schrijft over zijn leraar en diens poëzielessen en zegt dat ze Griekse en Latijnse poëzie lazen, maar dat Gezelle dan met zijn gedicht DE MANDELBEKE kwam – een gedicht waaraan hij zijn betrekking als leraar in het Klein Seminarie in Roeselare te danken zou hebben gehad – en dat het realiteitsgehalte van de les hiermee wonderlijk steeg.

De Mandelbeke is een zijbeek van de Mandel, een bijrivier van de Leie