

Dit is de tekst van de toespraak. De passages die betrekking hebben op het gezin heeft Frits Standaert junior zelf weggelaten
“…”
Mijn ouders kwamen uit eenvoudige gezinnen, maar waren van jongs af aan nieuwsgierig naar de wereld om hen heen. Ze hadden een grote honger naar kennis. Mijn grootouders brachten offers om hen te laten studeren aan de universiteit. Ze wilden veel weten over mens en maatschappij, kunst en literatuur, wetenschap en geschiedenis.
Na hun studies begonnen ze hun loopbaan in het onderwijs in Antwerpen. De jaren zestig waren pas begonnen. Ze verlieten echter al snel het bruisende, vrijgevochten en opwindende leven van de grote stad en vonden een vaste stek in Blankenberge en Uitkerke. In die tijd lag het er nog afgelegen, ver voor de komst van snelwegen, verkavelingen en internet. Eerst in de Troozlaan, daarna de Willem Tellstraat in Uitkerke.
“…”
Ze kozen allebei bewust voor de zekerheid van hun vaste job, maar dat betekende niet dat ze voor gemak gingen. Hun idealisme en empathie brachten hen tot een jarenlange inzet voor de plaatselijke gemeenschap.
Elk op zijn manier. Vanuit hun overtuigingen en opleiding konden ze iets betekenen voor anderen. In het verenigingsleven, de culturele activiteiten in de gemeente en het gemeentebestuur, maar vooral dag in dag uit in het Maerlant- atheneum waar ze beiden hun hele loopbaan hebben gewerkt.
Tot vorige week ontmoette mijn vader letterlijk elke dag nog oud-leerlingen die vertelden hoe graag en met hoeveel warmte ze terugdenken aan de lesuren die ze gesleten hebben in zijn kleine paviljoentje onder de ruisende platanen van het Maerlant-atheneum. Ver weg van de drukte van de grote wereld waar mijn vader ooit gevormd was.
“…”
Gewoon. Zo kabbelde het leven van mijn ouders voorbij, als een rustige rivier met zachte bochten, zonder levensbedreigende stroomversnellingen of draaikolken. Ze waren diep geworteld geraakt hier in Blankenberge, en lieten promotiekansen of carrièrestappen die elders status beloofden aan zich voorbijgaan.
Ze hadden hun hart verpand aan de mensen van hier, en vooral aan de kinderen en jongeren van Blankenberge, aan onze familie en aan hun trouwe vrienden, met wie ze eindeloos konden praten over alles wat hen interesseerde.
“…”
Ik herinner me mijn vader graag als een toegewijde leraar, iemand die nooit heeft verlangd naar status of het opbouwen van financiële rijkdom. Hij deed zijn werk rustig, grondig en gedreven, gericht op de groei en ontwikkeling van zijn leerlingen.
Maar wél op zijn manier. Zo was hij de enige leraar die “één vraag beantwoorden” kon omtoveren in een mini-college van 25 minuten. Met een tekeningetje op het bord erbij.
“…”
Vanzelfsprekend had ook hij zijn scherpe kantjes. Maar als ik hem toch zou idealiseren, dan vergelijk ik zijn levenshouding graag met de schaapherder uit het prachtige kortverhaal De man die bomen plantte van Jean Giono. Die herder zaait jarenlang en in stilte duizenden bomen in een verlaten streek van de Provence. Het kost niet echt veel moeite. Maar hij maakt zo het landschap weer vruchtbaar en vol leven, en brengt vreugde en voorspoed aan anderen.
Ik denk dat mijn vader het fijn vond om onopvallend zaadjes te planten in de harten en hoofden van zijn leerlingen en de mensen om hem heen. Soms vonden die zaadjes vruchtbare grond, soms niet, maar hij had toch zijn best gedaan. Hij kon erg kritisch zijn, confronterend en soms provocerend, niet altijd even aangenaam. Maar het ging hem diep vanbinnen steeds om datzelfde doel: zaaien in anderen wat hij als het goede beschouwde. Gelukkig zijn er meer mensen die zo anoniem en zonder winstbejag zaaien. En de wereld heeft hen hard nodig.
“…”









