TAALFILOSOFIETJE: het IJSLAAGJE op de schoolvijver (op 17 feb. ‘25) is nog te dun om erop te SCHAVERDIJNEN. + sneeuw- en ijspoëzie.

SCHAVERDIJN komt misschien van het Franse SAVATE, oude, versleten schoen, dat met CIABATTA verwant is. Het zou ook met SCHAVEN verband kunnen houden. Het woord SCHAVERDIJN is ouderwets.

SCHAATS gebruiken we nu, wat ooit – toen men nog iserinne scoe gebruikte – STELT betekende.

Kunstenaars worden ook steeds weer gefascineerd door sneeuw.

Vroeger De Morgen-dagversschrijver Stijn De Paepe   

Sneeuwplezier
en winterpret.
Ik wens het u
van harte.

Hoogste tijd
voor witte sneeuw
na al die maanden
zwarte.

Twee’ strofen uit ‘t VRIEST (G. Gezelle)

Toe zijn al de deuren; dichte
     dekt de sneeuw de daken al;
heinde en verre en zie ‘k gezichte
     dat “goendag!” mij bieden zal;
duister wordt de lucht, en ‘t jagen
sneeuw-, weêrom, en vlokkenvlagen.

Nacht en Winter samenspannen,
     heere zijn ze, en baas, getween;
Vreugde is uit ons land gebannen,
     donker is ‘t en koud, medeen!
Wee- nu mensche en dieren klagen:
‘s Winters koude tanden knagen.

2021
2010
2015
2018

Over dat soort ijs heeft Annie M.G. Schmidt het in dit kindergedicht:

Kijk, het beertje Pippeloentje
op de vijver van ’t plantsoentje.
Kijk, daar gaat hij ’s morgens vroeg.
Is het ijs wel dik genoeg?
O meneertje, o meneertje,
is het voor zo’n klein dik beertje
niet gevaarlijk op het ijs?
Pippeloentje, wees toch wijs!

Pippeloentje hoort het niet,
hij gaat door en hij geniet.
Kijk ‘m krabbelen, kijk ‘m glijden,
hij kan echt al schaatsenrijden.
’t Ene beentje! ’t And’re beentje!
en maar rijden in z’n eentje.
Maar ’t is erg gevaarlijk, hoor!
Pippeloen, je zakt erdoor!

Alle beertjes, hand in hand,
staan te kijken aan de kant.
Kijken met hun mond wijd open
hoe dat strakjes af zal lopen
met dat stoute Pippeloentje
op de vijver van ’t plantsoentje.
Want het ijs is veel te zwak
en daar heb je ’t al: krak, krak!

Help, o beertjes, kom toch gauw!
Hier een ladder! Hier een touw!
Hoor die Pippeloentje krijsen!
Hijsen jongens, hijsen, hijsen!
Hupsakee, daar is ie al!
Pippeloen staat op de wal.

Natte voetjes, ijskoud buikje.
Gauw naar bed toe met een kruikje
en een hete kop anijs.
En nou nóóit meer op het ijs!