In 1984 (voor 40j.) behaalde CONNY VERKEST het diploma secundair onderwijs in RNS/KA Bl’b. Ze werd regentes. En moreel consulent. N.a.v. 100 j. RNS schreef ze schoolherinneringen neer.

foto 1984. Les Duits van Jaak Coudeville – paviljoentje. Conny Verkest zittend uiterst rechts

Conny Verkest was KA Blankenberge-leerlinge tot 1984. Ze werd regentes n.c. zedenleer, deed  een aantal jaren vrijwilligerswerk als moreel consulent in het (toenmalige) Fabiola ziekenhuis te Blankenberge en werkt nu bij AZ Sint-Jan Brugge-Oostende.

Conny Verkest en Muriël Vincke

Toen ik de vraag kreeg van Jaak Coudeville om een tekstje te schrijven over mijn tijd in het atheneum, dacht ik: “hoe begin ik daaraan?” Het is ongeveer 40 jaar geleden dat ik daar school liep! Toch denk ik met een goed gevoel terug aan die tijd. Het is de school die mij gevormd heeft en die bij mij solide fundamenten heeft gecreëerd voor mijn verdere ontwikkeling. Achter de neoclassicistische façade van het schoolgebouw beleefden we vele uurtjes van ons jong leven, hoogtes en laagtes, vol nuances en schakeringen.

Vreemd hoe tijd zo snel verglijdt.

Verschillende leerkrachten lieten bij mij een inspirerende indruk na, sommige situaties brengen een glimlach op mijn gezicht.  Zo was er de leraar wiskunde in het vierde jaar die er altijd uitzag alsof hij rechtstreeks van het tennisplein kwam en zijn trui binnenste buiten droeg. Aan mij en zeker ook enkele anderen zei hij dat ik beter bij de bank zou gaan werken, daar trekt de wiskunde ook op niet veel! Hij had eigenlijk wel gelijk, ik had geen kaas gegeten van wiskunde.

De lessen geschiedenis daarentegen waren voor mij altijd een plezier. Ik luisterde geboeid naar “Clio”, onze meneer Diricks. Met zijn dikke buik kon hij nauwelijks tussen stoel en tafel in zijn klas, soms sprong er ook een knoop open van zijn hemd. Hij kon gepassioneerd vertellen. Zijn enthousiasme voor zijn vak werkte bij mij aanstekelijk, ook al kon hij soms als enige lachen om zijn eigen moppen.

In het derde jaar hadden we de reactie van meneer Tytgat onderschat toen we met de hele klas zijn les Frans spijbelden om op café te gaan. Met een uitgestreken gezicht en kaarsrechte rug verkondigde hij dat de hele klas een nul op tien kreeg en gestraft werd, om dan zonder pardon over te gaan tot de orde van de dag. Principieel, maar evengoed mild en vriendelijk, ik heb hem steeds erg gewaardeerd.

Meneer Standaert was voor mij en voor veel medeleerlingen een fenomeen op zich! Met zijn gerold sigaretje in zijn mondhoek zie ik hem nog zijn klas, in de paviljoentjes, binnenstappen. Hij maakte steeds zijn entree als laatste om dan met veel egards de schuif van zijn bureau open te trekken en zijn peuk in de asbak te deponeren. Hij bezat een pak mensenkennis en heeft mij dikwijls “uit mijn kot gelokt” door me uit te dagen met één of andere uitspraak. Hij wist natuurlijk op voorhand dat zijn provocerende opmerking protest zou uitlokken en hij had niet liever.

Als je hem niet van antwoord durfde te dienen, moest je vanuit de gang met de deur dicht luid roepen! Mijn wenkbrauwen gingen de lucht in en met bedenkingen maar toch ook bewondering ging ik mee in de show die werd opgevoerd. Op de meest ongepaste momenten begon hij, uit volle borst, “Ik kan niet leven zonder jou” te zingen! Waar dat vandaan kwam is me nog steeds niet duidelijk… Op zijn tafel lag een zware straatsteen, met een uitgestreken gezicht kon hij dreigen om de steen te gooien. Ik veronderstel dat we dringend wakker gemaakt moesten worden! Zijn uitstraling, humor, temperament en ondeugend lachje deden ons dan toch wel even fronsen.

Een no-nonsens-man, recht voor de raap, hij durfde wel eens een stok in het hoederhok gooien of heilige huisjes in te trappen.

Vanuit zijn directe aanpak waren botsingen onvermijdelijk, hij heeft bij mij alleszins zijn eigenzinnige stempel gedrukt.

Enkele jaren later in mijn derde jaar regentaat liep ik stage in mijn oude school. Ik kwam een beetje ongemakkelijk de lerarenkamer binnen en de eerste persoon die ik daar zag was Fritz Standaert. Hij herkende me, nam een blad papier, verfrommelde dat blad tot een prop en gooide de prop naar mijn hoofd! Het eerste moment schrok ik even en dan wierp ik de prop spontaan terug! Het ijs was gebroken, een glimlach, een leuke babbel en plots stond ik aan de “andere kant”… Uiteraard zijn er nog veel andere leerkrachten die bij mij een indruk hebben nagelaten, maar ik denk vooral met dankbaarheid en respect terug aan een mooie tijd.

Ik wil graag eindigen met een citaat van Caroline Pauwels (ere-rector VUB en overleden in 2022)

“Het is een wonderlijke wereld. Altijd en overal, voor wie er voor open staat, voor wie de moeite doet te kijken, voor wie de verwondering toelaat in zijn of haar leven”.

een reünie…C. Verlesy zittend 2de v.r.