Er is geen rivier in de wereld die de jongste week in Vlaamse kranten zoveel is vermeld als de DENDER. Over overstroming en ellende gaat het, over menselijk verdriet. In Geraardsbergen zingt de Dender in een gedicht:
De Dender zingt
Op de wals van wassend water,
donkergroen, levendig en onbevangen,
rept de rivier met ritselend geklater.
Waterjuffers lokken en zwaaien
in lichterlaaie hun wijde rokken.
Aan de kade lopen kinderen
kind te wezen, niets te vrezen.
Ze slaken kreten bij het kwaken
van een trage vloot waterdraken.
Zwanen trekken banen en verbazen
als ze als meisjes van wit porselein
aanmeren, koketteren en de aftocht blazen.
Maar langs het jaagpad staat stilte aan wal
op plekjes waar vissers ankeren
en een knaap zijn lief kust.
Hier smelt de tijd en laat begaan
langs haar oevers hengelend
naar verzonken rust.
Vanop een brug vloei ik mee
in stroom en droom voluit:
als ik God was, liet ik ook de vissen zingen,
wat een muziek gaat van de Dender uit.

In zijn ESCAUT!ESCAUT! NAGLANS VAN EEN DODE WERELD heeft de Nederlands schrijver Benno Barnard het over Franstalige Vlaamse schrijvers rond 1900….Georges Eekhoud, Max Elskamp, Maurice Maeterlinck, Georges Rodenbach en EMILE VERHAEREN.
Een strofe uit Verhaerens gedicht ESCAUT! ESCAUT!
Escaut! Escaut!
Tu es le geste claire
Que la patrie entire
Pour gagner l’infini fair vers la mer.
Benno Barnard vertaalt:
O Schelde! Schelde!
Gij zijt het heldere gebaar
Dat heel het vaderland maakt naar
De zee en de oneindigheid aldaar.

Amsterdam ware er niet geweest zonder de AMSTEL. Wie kent niet het lied
Aan de Amsterdamse grachten
Heb ik heel mijn hart voor altijd verpand
Amsterdam vult mijn gedachten
Als de mooiste stad in ons land
Al die Amsterdamse mensen
Al die lichtjes ‘s avonds laat op het plein
Niemand kan zich beter wensen
Dan een Amsterdammer te zijn…

Over De dichtgevroren THEEMSdDichtte John Gay (1685-1732)
When hoary (grijze) Thames, with frosted osiers (wilg) crowned,
Was three long moons in icy fetters (boeien) bound.
The waterman, forlorn, along the shore,
Pensive reclines upon his useless oar (roeiriem).

Ich weiß nicht, was soll es bedeuten,
Dass ich so traurig bin;
Ein Märchen aus alten Zeiten
Das kommt mir nicht aus dem Sinn.
Die Luft ist kühl und es dunkelt,
Und ruhig fließt der Rhein;
Der Gipfel des Berges funkelt
Im Abendsonnenschein.
Die schönste Jungfrau sitzet
Dort oben wunderbar,
Ihr goldnes Geschmeide blitzet,
Sie kämmt ihr goldenes Haar.
Sie kämmt es mit goldenem Kamme
Und singt ein Lied dabei;
Das hat eine wundersame,
Gewaltige Melodei.
Ik weet niet waarom ik moet lijden,
Zo triest, ik heb geen lust;
Een sprookje uit oude tijden,
Het laat mij echt niet met rust.
De lucht is koel en het donkert
En rustig stroomt de Rijn;
De top van de berg, die flonkert
In avondzonneschijn.
De schoonste jonkvrouw zit er
Daarboven zonneklaar,
Haar sieraad geeft gouden glitter,
Zij kamt haar gouden haar.
Zij kamt er haar gouden lokken
En zingt een lied daarbij,
Zo mooi en het is doortrokken
Van krachtige toverij.
De schipper in ‘t kleine bootje
Bedwelmt het en boeit zijn oog;
Heeft niet de klip in het ootje,
Hij kijkt alleen nog omhoog.

Vele dichters vonden inspiratie in de SEINE. Guillaume Apollinaire o.a
Le Pont Mirabeau
Sous le pont Mirabeau coule la Seine
Et nos amours
Faut-il qu’il m’en souvienne
La joie venait toujours après la peine
Vienne la nuit sonne l’heure
Les jours s’en vont je demeure
Les mains dans les mains restons face à face
Tandis que sous
Le pont de nos bras passe
Des éternels regards l’onde si lasse
Vienne la nuit sonne l’heure
Les jours s’en vont je demeure
L’amour s’en va comme cette eau courante
L’amour s’en va
Comme la vie est lente
Et comme l’Espérance est violente
Vienne la nuit sonne l’heure
Les jours s’en vont je demeure
Passent les jours et passent les semaines
Ni temps passé
Ni les amours reviennent
Sous le pont Mirabeau coule la Seine
Vienne la nuit sonne l’heure
Les jours s’en vont je demeure

De Italiaanse schrijver Claudio Magris schreef DANUBIO (DONAU) een wondermooi prozawerk – 400 blz. – over de rivier van de bron in het Duitse Zwarte Woud tot monding in het grensgebied van Roemenië en Oekraïne via de Donaudelta in de Zwarte zee. De hoofdsteden Wenen, Bratislava, Boedapest en Belgrado liggen aan de Donau.
