VOORLEESWEEK. In het 6de lj. Van d’Oefenschool luisterden de lln. gisteren naar MORRIS, een verhaal van Bart Moeyaert, voorgelezen door oud-leraar Jaak Coudeville. Adèle De Langhe en Oscar Valcke, lln 6delj., begeleidden op piano en blokfluit.

Driekwartier lang las oud-Maerlant-leraar Jaak Coudeville het 55 blz. tellende verhaal (met tal van mooie tekeningen) voor. De leerlingen van het 6de lj.,  van juf Lynn Dusoir en juf Eva De Wyngaert, luisterden aandachtig, soms emotioneel geraakt, ook door het muzikale piano- en blokfluitspel van hun klasgenoten Adèle De Langhe en Oscar Valcke, dat klonk tijdens mini-pauzes.

Voor wie het verhaal niet kent:

De oma van Morris heeft een hondje: Houdini. Het hondje heet zo omdat hij niets liever doet dan verdwijnen. Dan rent hij weg, de berg op en is Morris degene die hem moet vinden. Op de berg is het koud, maar Morris weet de weg. Hij heeft de dingen namen gegeven, dat helpt. Zo noemt hij het bosje struiken dat prikt de Egels, en voorbij de Egels moet hij op deze dag lopen. Er valt sneeuw, heel veel sneeuw. Tot diep in zijn enkels staat hij in het witte pak. ‘Morris dacht wat hij heel dikwijls dacht: dat alles altijd verandert, juist als je het niet wilt.’ Niet veel later volgt een onverwachte ontmoeting vol spanning.

Ondanks dat er verdrietige dingen gebeurd zijn, is Morris geen verdrietig jongetje. Sterker nog, je moest Morris geen jongetje noemen. ‘Of kereltje. Je moest niet met je vlakke hand op zijn bol tikken en ocharm zeggen.’ Zijn oma begreep dat, zij gaf hem een naam waarvan hij brede schouders kreeg.

Bart Moeyaert heeft weinig woorden nodig om de koude wereld te schetsen. In prachtige zinnen vertelt hij Morris’ verhaal. Je voelt het vriezen en de sneeuw, het verdriet, de eenzaamheid, de spanning en de troostende liefde van zijn oma. Dit is zo’n boek dat je na het lezen nog een tijdje met je meedraagt en waarvan zinnen je bijblijven zoals: ‘Als je stiekem huilt, huil je nooit helemaal uit.’ En: ‘Als iemand zo stil mogelijk probeert te huilen, moet je niet vragen of hij huilt. En ook niet waarom.’ Moeyaert doet dit knap, het zijn lessen die niet belerend zijn maar die je hoofd laten knikken. Want het is zo. Er zijn verdrietige dingen gebeurd en er wordt gehuild, maar Morris is bovenal een troostend boek, gevuld met ontroerende zinnen die erom vragen om herlezen te worden.