
Een traditioneel reisverloop weet aardrijkskundeleraar telkens weer te combineren met een niet zo specifieke ‘toeristische’ attractie. In dat dorpje Castel del Monte in de Abruzzen vinden zijn vrouw en hij dat pleintje dat herinnert aan de vreselijke kolenmijnramp in Marcinelle bij Charleroi in Henegouwen. Ik herinner me die hete augustusdag in 1956. Ik hoorde dat nieuws op de radio, een tv-toestel hadden wij niet. Het was de grootste mijnramp in België. Die geschiedde in de mijn Bois du Cazier: 262 doden waren er, van wie 136 Italiaanse mijnwerkers en 95 Belgische. Na de ramp werden de veiligheidsregels aangepast.


Tom Daneels schrijft me:
Hoog in de bergen van het Gran Sasso massief ligt het bergdorpje Castel del Monte. Nu is het, dankzij de prachtige ligging in het natuurpark Gran Sasso waar de hoogste toppen van de Apennijnen zich bevinden, een toeristische trekpleister maar 100 jaar geleden was dit een totaal verarmde regio (de Abruzzen) waarvan de jongeren vaak naar het buitenland trokken om een toekomst te hebben. Eén van de grootste trekpleisters waren de steenkoolmijnen in België. Het was dan ook niet verwonderlijk dat bij de mijnramp in Marcinelle (1956) het overgrote deel van de slachtoffers Italianen waren, en een groot deel van de Italiaanse slachtoffers kwamen uit de regio Abruzzen. Daarom dat er in deze regio herdenkingsmonumenten staan die herinneren aan één van de donkerste dagen in de geschiedenis van zowel Italië als België. Om te beseffen hoe levendig de herinnering aan Marcinelle is moet je bedenken dat de Giro d´Italia in 2006 speciaal om de 50e verjaardag te herdenken een etappe langs de steenkoolregio stuurde met aankomst in Marcinelle.
