Op 3 okt. 1871, voor 150 j., werd Stijn Streuvels geboren; in 1926, voor 95j. schreef hij de novelle HET LEVEN EN DE DOOD IN DEN AST

Op de website van Het Letterenhuis) kan men over  Stijn Steuvels heel wat lezen: Site | Letterenhuis in Antwerp. O.a.

Stijn Streuvels (pseudoniem van Frank Lateur) is een van de grootste en meest vernieuwende Vlaamse schrijvers. In 1905 liet hij in Ingooigem (deelgemeente van Anzegem) zijn beroemde huis Het Lijsternest naar zijn eigen ontwerp bouwen. Hij zou zich er voltijds aan zijn omvangrijke literaire werk wijden.

Tussen 1899 en zijn dood in 1969 schreef Streuvels vooral naturalistische romans en novelles, waarin hij het Vlaamse dorpsleven als geen ander wist te doorgronden. Tot zijn bekendste werk behoren naast Het leven en de dood in den ast ook De vlasschaard en De teleurgang van de Waterhoek. De novelle Het leven en de dood in den ast is opgenomen in de literaire canon van de Nederlandstalige literatuur.

drie novellen, een ervan: HET LEVEN EN DE DOOD IN DEN AST

In zeventig bladzijden beschrijft Streuvels het harde leven van drie mannen. Blomme, Hutsebolle en Fliepo werken in een ast  (AN=eest) droogoven voor cichoreiwortels, dat als vervanger wordt gebruikt voor (dure) koffie. Het verhaal begint zo:

De schuur met de dubbele poortluiken breed open, gelijkt een tooneel waar, in de gapende diepte, door havelooze mannen, in haastig tempo, een spel wordt opgevoerd.

En verder: We waren afgesproken met ons lief, de mijne moest ik vinden re Ronse, waar haar zuster getrouwd was. Op de noene zettie ik uit met Polfliet en Wipper – die twee waren toen mijn vaste kameraden, en we gingen alle Zondagen samen uit. Ik had in Avelghem nog iets te doen, en we kwamen er te gaar bij Polfliets tante op den Waterhoek. Ik wond hen daar aan de koffie, en te vrijen met een nichtje dat bij Polfliets tante woonde. Ik schoof al gauw bij, en zoo dichte mogelijk bij dat nichtje, dat een vriendelijk, smierlig meiske was. We koutten daar wat ondereen, en ik zag al gauw welken veugel we hier aan de hand hadden – nichtje zou ons een uitgeleid doen tot aan de Schelde. Zonder veel moeite kregen we haar mee, gelijk ze was: in haar katoenen jakje en voorschoot. Hoe het nu kwam, op weg door den scheldemeersch had ik nichtje alleen aan den kout en even gauw aan de narm – Polfliet en Wipper mochten voorop gaan; – het was een fijne slamiete met lagetzwarte oogen, en uitgeslapen, belove ’t u. In de weerdij van vijf minuten praten had ik haar gelijmd…In mijnen tijd kon ik gelijk welk meisje tukkezot maken…Maar dat was er nu eene, die mij vervloedig zelf zot miek…..

In een  in 2015 gehouden gesprek met Eva Barbiaux, leerlinge 6HW, vertelde August Defevere, oud-student (eind jaren ’30, begin ’40), oud-onderwijzer, oud-studiemeester, oud-econoom, o.a. over literaire en andere voordrachten voor de normaalschoolstudenten. Hij herinnerde zich de weigering van toen beroemd Vlaams schrijver Stijn Streuvels, om naar die Staatsschool te komen.

Van Streuvels was in 1907 al zijn roman DE VLASCHAARD verschenen, in 1927 DE TELEURGANG VAN DE WATERHOEK, dat in 1971 door Fons Rademakers werd verfilmd tot MIRA (scenario Hugo Claus, acteurs o.a. Jan Decleir en Willeke van Ammelrooy).

Tijdens WO1 verschenen stukken uit zijn dagboek – IN OORLOGSTIJD – in de Duitsgezinde VLAAMSE POST, delen ervan werden overgenomen door Duitse kranten om te bewijzen dat de gruweldaden van de Duitsers verzinsels waren …Toen hij die dagboeken schreef woonde hij in Ingooigem, in het LIJSTERNEST

voor het Lijsternest