
Prof. em. Johan Nowé, van 1988 tot 2002 hoogleraar Duitse literatuur aan de KULeuven, nu stadsgids in Blankenberge, ging op zoek naar meer gegevens over de zo jong gestorven Blankenbergse dichteres Jeanne Vande Pitte en schreef een biografie over haar: “IK WEET HET WEL, DAT IK EEN BELOFTE BEN”.
Gisteravond sprak hij over haar leven (vaak heel godsdienstig) en haar schrijf- en ander talent. Over haar brieven, dagboek en gedichten weidde hij ook uit.
Oud-lle Inga Scharley las Jeanne Vande Puttes gedicht in het Blankenbergs DE WIND voor. Mieke Vandaele las enkele andere teksten voor.

Johan Nowé werd geboren te Menen in 1940, hij studeerde Germaanse filologie en filosofie aan de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij in 1976 promoveerde tot doctor in de Letteren en Wijsbegeerte. Van 1988 tot 2002 was hj hoogleraar aan de KULeuven met als leeropdrachten Duitse literatuur en Lerarenopleiding Duits. Onderzoeksgebied waren vooral de Duitse literatuur van de Middeleeuwen en specifiek het middeleeuwse theater en Didactiek van het Duits als Vreemde Taal. – Oktober 2002: emeritus hoogleraar KULeuven – Sinds 1997 tot en met 2015: jaarlijks docent van cursussen voor Davidsfonds Academie: over Duitse literatuur, Theater in de Middeleeuwen en “Vikingen en Runen” . Hij schreef onlangs een boekje over Jacob Demeyere, geschiedschrijver, pastoor in Blankenberge in de 16de eeuw.
Jeanne van de putte
velen zullen al eens door de Jeanne Vande Puttelaan zijn gestapt of gereden, de straat tussen de Koning Albertlaan en de sportterreinen van Sport Vlaanderen. Voor het esthetische attractieve ga je er niet wandelen. Om even aan de Blankenbergse dichteres te denken wel….

Jeanne van de Putte werd geboren op 30 augustus 1907 in het Henegouwse Ath, Haar vader was daar leraar aan het atheneum. Hij overleed in september 1908. Moeder verhuisde met haar vier kinderen naar haar geboortestad Blankenberge.
De zee werd Jeannes toeverlaat. Op vijftienjarige leeftijd, toen ze Blankenberge inruilde voor de kostschool in Turnhout, formuleerde ze haar liefde voor haar thuisstad zo: ‘Dan zou ik knielen voor u, u danken voor uw schoonheid, uw diepte, dan zou ik willen altijd dat visioen voor m’n ogen houden, dat visioen van u, m’n zee, met uw zilver, met uw gloed, met uw kleurenschat op ieder levend golfke… O als ge dan zo stillekens zingt dat eindeloos wiegelied.
Als kind leerde ze ijverig en vlug. Maar haar grote passie was al op vijfjarige leeftijd duidelijk: lezen. Ook haar schrijflust viel op.
In Turnhout begon Jeanne volop te schrijven, eerst hoofdzakelijk in het Frans. In juli 1923 probeerde ze in haar dagboek dat zelf nog in het Frans was, haar eerste Nederlandstalige verzen die tintelen van zintuiglijk genoegen en synesthesie.
Jeanne van de Putte studeerde in 1927 met brio af als regentes, met haar zwakke gezondheid zou ze nooit voor de klas zou kunnen staan. Ze werd secretaresse bij de Antwerpse burgemeester Frans van Cauwelaert. Ze werd zieker…tuberculose had ze. Ze verbleef dan een tijd in het sanatorium in Sijsele. Na enkele maanden keerde ze terug naar huis, naar Blankenberge waar ze op 25 mei 1930 overleed






