
Op 18 juni 1815 verloor Napoleon Bonaparte de Slag van Waterloo. De Engelsen met Wellington als leider beschouwen zich als de grote overwinnaars, maar ook de Pruisen met von Blücher als leider en de Nederlanders (uit Noord en Zuid) met de latere koning Willem II als leider (de Leeuw van Waterloo) behoorden tot de zegevierders. Een derde van het leger tegen Napoleon bestond uit Nederlanders en Belgen. De Nederlanders voelden zich dan werkelijk bevrijd van Frakrijk. Koning willem I besloot van 18 juni een nationale herdenkingsdag te maken
En nu een interessante anekdote uit die Slag (opgetekend uit WATERLOO van Johan Op de Beeck) : De lichte cavalerie van Van Merlen (een Nederlands, in Antwerpen geboren generaal, die stierf in de SLAG BIJ WATERLOO) reed verschillende keren in op de Fransen. Zo gebeurde het dat de Antwerpenaar tegenover zijn oude vrienden uit het Franse leger kwam te staan. Plots zag ij de rode uniformen van het 2de regiment lansiers van de Keizerlijke Garde. Die ‘rode lansiers’ had hij als kolonel zelf nog geleid. Heel wat ruiters herkende hij in een oogopslag. Zo ook de nieuwe bevelhebber….Van Merlen was in de gelegenheid om de Fransman neer te sabelen of gevangen te nemen, maar hij deed geen van beide. De twee officieren keken elkaar aan. Van Merlen salueerde en riep toen in het Frans “Generaal, dit is mijn kant van het slagveld en dat de uwe. Pas goed op uzelf, vaarwel!…Een snippertje menselijkheid en camaraderie in een poel van onbarmhartige brutaliteit.





