Derde juni-examendag in 2de en 3de gr. Maerl.-ath.: o.a.fysica, Engels, Frans, geschiedenis…met een taalfilosofietje over GESCHIEDDE, GESCHIEDE, MISSCHIEN

GESCHIEDDE/GESCHIEDE

In het verschil in spelling zit dat tussen vroeger en straks.. Beide woorden roepen iets bijbels op, maar met twee d’s behoort het  tot de taal van de geschiedenisleraar, tot die van zijn wetenschap, maar ook tot die van het verhaal, dat ook een geschiedenisje is. Soms wint een les in geschiedenis aan (aantrekkings)kracht door zo’n geschiedenisje.

Als leraar denk je wel eens mijn wil geschiede, maar de geschiedenis leert ons dat als die conjunctief een bevel uitdrukt, het de taal van de dictator is, die we niet uit de geschiedenis kunnen bannen, maar wel uit de toekomst. Of niet?

In het Middelnederlands luidde het nog GESCIEN. Later kwam er die ‘hypercorrectie’ D  bij. In MISSCHIEN (mag gescien = mag, kan gebeuren…maybe ) ontwaren we nog de vorm zonder D. GESCIEN was een sterk werkwoord en dit ontdekken we nog in het Duits (geschehen/geschah, geschehen)