Priester, leraar, dichter Guido Gezelle (1830-1899) was ook TAALMAN, verzamelaar van woorden, schepper van nieuwe, behoeder van oude. Hij hield van het West-Vlaams, vond dit het origineelste, echtste Nederlands.

Elk Gezellegedicht toont diens woordkracht, zijn poëtische inspiratie.
Laten we even een strofe nemen uit het gedicht TRANEN. (de dikke tranen die de bomen huilen)
Wie had ooit gehoord van SCHIERVATBAARHEID? De nevelkoude regen, die ‘zeevert’ (dit is motregen), die is gezift, gezeefd – zo dun – die is nauwelijks (schier) te vatten. Die regen gelijkt op stof, op een wolk, op wol, op watten.

Wie anders dan Gezelle had dit gekund?
We zijn blij dat we nu behalve ‘schiereiland’ = bijna een eiland, nog een samenstelling met ‘schier’ kennen.
Hugo Claus (1929-2008) raakte door een vers uit het gedicht geïnspireerd en schreef een protest tegen de behoudsgezindheid van Vlaanderen, het land in de klem van het verleden.








